Bijlage XII Regeling monitoring handel in emissierechten: richtsnoeren voor de bepaling van CO2-emissies met behulp van systemen voor continue emissiemeting

Regeling monitoring handel in emissierechten

Deze bijlage behoort bij de artikelen 6, tweede lid, en 6a van de regeling. Voor elke bron wordt een totale onzekerheid van de totale CO2-emissies over het kalenderjaar van minder dan 10% bereikt. Voor elke bron wordt een totale onzekerheid van de totale CO2-emissies over het kalenderjaar van minder dan 7,5% bereikt. Voor elke bron wordt een totale onzekerheid van de totale CO2-emissies over het kalenderjaar van minder dan 5% bereikt. Voor elke bron wordt een totale onzekerheid van de totale CO2-emissies over het kalenderjaar van minder dan 2,5% bereikt. De totale emissies van CO2 uit een emissiebron over het kalenderjaar worden bepaald met de onderstaande formule. De in deze formule optredende parameters worden bepaald overeenkomstig de artikelen 6, tweede lid, en 6a van de regeling. Ingeval er in een installatie meerdere emissiebronnen zijn en de CO2-emissies daarvan niet gezamenlijk kunnen worden gemeten, worden de CO2-emissies van deze emissiebronnen afzonderlijk gemeten en worden opgeteld om te komen tot de totale CO2-emissies over de kalenderjaar in de installatie als geheel. De CO2-concentratie in het rookgas wordt bepaald door continue meting op een representatief punt. Het debiet van het droge rookgas kan met een van de volgende methoden worden bepaald. Het rookgasdebiet Qe wordt berekend aan de hand van een massabalans, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante parameters zoals inputs van materialen, debiet van de luchttoevoer, efficiëntie van het proces, en aan de outputzijde de geproduceerde hoeveelheid product, de O2-concentratie, de SO2- en NOx-concentraties. Het rookgasdebiet Qe wordt bepaald door continue debietmeting op een representatief punt. Geldige uurgemiddelden worden berekend voor alle elementen die nodig zijn ter bepaling van de CO2-emissies, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage XII, hoofdstuk XII.1, met gebruikmaking van alle meetgegevens die voor het uur in kwestie beschikbaar zijn. Ingeval een apparaat gedurende een