Bijlage II Regeling monitoring handel in emissierechten: specifieke eisen voor de monitoring van CO2-emissies
Regeling monitoring handel in emissierechten
Deze bijlage behoort bij de artikelen 6, eerste lid, 8, tweede lid, 9, derde lid, en artikel 23, derde lid van de regeling. Dit hoofdstuk is van toepassing op CO2-eenheden met verbrandingsemissies en de monitoring van verbrandingsemissies van andere activiteiten, bedoeld in paragraaf 2.2.2.2, 2.2.2.3.1, eerste alinea, derde volzin, paragraaf 3.1, derde alinea, paragraaf 3.2.2.2, paragraaf 4.1, derde alinea, paragraaf 4.2.2.2, paragraaf 5.1, vierde alinea, paragraaf 5.2.2.2, paragraaf 6.1, paragraaf 6.2.2.1 eerste en tweede volzin, paragraaf 7.1, paragraaf 7.2.2.1, eerste en tweede volzin, paragraaf 8.1, paragraaf 8.2.2.1, paragraaf 9.2.2.1, paragraaf 10.1, tweede volzin, paragraaf 10.2.2.1 van deze bijlage. De monitoring van CO2-emissies van een verbrandingsproces omvat de CO2-emissies vanuit de verbranding van alle brandstoffen in de CO2-installatie alsmede de CO2-emissies vanuit gasreinigingsprocessen, zoals voor de verwijdering van zwaveldioxide. Van de monitoring zijn uitgezonderd de CO2-emissies uit verbrandingsmotoren voor vervoersdoeleinden. Alle CO2-emissies uit de verbranding van brandstoffen in de CO2-installatie worden toegewezen aan de CO2-installatie, zonder rekening te houden met de afvoer van warmte of elektriciteit naar andere CO2-installaties. CO2-emissies die samenhangen met de opwekking van warmte of elektriciteit die afkomstig is van andere CO2-installaties, mogen niet aan de ontvangende CO2-installatie worden toegewezen. De CO2-emissies van een CO2-eenheid met verbrandingsemissies die aan een geïntegreerde staalfabriek grenst en daaruit het grootste deel van haar brandstof verkrijgt, maar waarvoor een afzonderlijke vergunning als bedoeld in artikel 16.5, eerste lid, van de wet is afgegeven, mogen worden berekend als onderdeel van de massabalans voor die staalfabriek, indien degene die de inrichting drijft, ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit heeft aangetoond dat daardoor de totale onzekerheid van de emissiebepalingen afneemt. C
- – verwarmingsketels;
- – branders;
- – turbines;
- – verwarmingstoestellen;
- – smeltovens;
- – verbrandingsovens;
- – keramiekovens;
- – bakovens;
- – drogers;
- – motoren;
- – fakkels;
- – gasreinigers (procesemissies);
- – alle andere toestellen of machines die brandstof verbruiken.
- – dichtheidsmeting van specifieke oliën of gassen, zoals gebruikelijk in raffinaderijen of in de staalindustrie, en
- – de calorische onderwaarde van specifieke soorten steenkool,
- – ingezette materialen [t C]: alle koolstof die over de grenzen de CO2-installatie binnenkomt
- – producten [t C]: alle koolstof in producten en materialen, inclusief bijproducten, die over de grenzen de CO2-installatie verlaat
- – afgevoerde materialen [t C]: koolstof die over de grenzen uit de CO2-installatie wordt afgevoerd, bijvoorbeeld door lozen op de riolering, storten op een afvalstortplaats of verliezen. Tot de afgevoerde materialen behoort niet de emissie van CO2 naar de atmosfeer
- – voorraadwijzigingen [t C]: toename van de koolstofvoorraad binnen de grenzen van de CO2-eenheid
- a. verbranding in het kader van energieactiviteiten:
- – verwarmingsketels;
- – procesverhitters of procesbehandelingstoestellen;
- – verbrandingsmotoren of verbrandingsturbines;
- – installaties voor katalytische en thermische oxidatie;
- – cokesroostovens;
- – brandbluspompen;
- – nood- en reservegeneratoren;
- – affakkelinrichtingen;
- – verbrandingsovens;
- – krakers.
- b) proces:
- – installaties voor de productie van waterstof;
- – katalytische regeneratie dat afkomstig is van katalytisch kraken en andere katalytische processen;
- – cokers waaronder flexicoking en delayed coking.
- a. voor de geïntegreerde staalfabriek als geheel, met behulp van de massabalansmethode, of
- b. voor de cokesoven als afzonderlijke activiteit van de geïntegreerde staalfabriek.
- – ingezette materialen [t C]: alle koolstof die over de grenzen de CO2-installatie binnenkomt
- – producten [t C]: alle koolstof in producten en materialen, inclusief bijproducten, die over de grenzen de CO2-installatie verlaat
- – afgevoerde materialen [t C]: koolstof die over de grenzen uit de CO2-installatie wordt afgevoerd,bijvoorbeeld door lozen op de riolering, storten op een afvalstortplaats of verliezen. Tot de afgevoerde materialen behoort niet de emissie van broeikasgassen naar de atmosfeer
- – voorraadwijzigingen [t C]: toename van de koolstofvoorraad binnen de grenzen van de CO2-installatie
- – grondstoffen zoals het branden van kalksteen of dolomiet;
- – conventionele brandstoffen zoals aardgas, cokes of cokesbries;
- – procesgassen zoals cokesovengas of hoogovengas;
- – residu’s van processen die worden gebruikt als uitgangsmateriaal inclusief gefilterd stof van de sinterinstallatie, de convertor en de hoogoven;
- – overige brandstoffen;
- – rookgasreiniging.
- a. voor de geïntegreerde staalfabriek als geheel, met behulp van de massabalansmethode, of
- b. voor de roost-, sinter- of pelletiseerinstallatie als afzonderlijke activiteit van de geïntegreerde staalfabriek.
- – ingezette materialen [t C]: alle koolstof die over de grenzen de CO2-installatie binnenkomt
- – producten [t C]: alle koolstof in producten en materialen, inclusief bijproducten, die over de grenzen de CO2-installatie verlaat
- – afgevoerde materialen [t C]: koolstof die over de grenzen uit de CO2-installatie wordt afgevoerd, bijvoorbeeld door lozen op de riolering, storten op een afvalstortplaats of verliezen. Tot de afgevoerde materialen behoort niet de emissie van broeikasgassen naar de atmosfeer
- – voorraadwijzigingen [t C]: toename van de koolstofvoorraad binnen de grenzen van de installatie
- a. voor de geïntegreerde staalfabriek als geheel, met behulp van de massabalansmethode, of
- b. de installatie voor de vervaardiging van ruwijzer en staal als afzonderlijke activiteit van de geïntegreerde staalfabriek.
- – ingezette materialen [t C]: alle koolstof die over de grenzen de CO2-installatie binnenkomt
- – producten [t C]: alle koolstof in producten en materialen, inclusief bijproducten, die over de grenzen de CO2-installatie verlaat
- – afgevoerde materialen [t C]: koolstof die over de grenzen uit de CO2-installatie wordt afgevoerd, bijvoorbeeld door lozen op de riolering, storten op een afvalstortplaats of verliezen. Tot de afgevoerde materialen behoort niet de emissie van broeikasgassen naar de atmosfeer
- – voorraadwijzigingen [t C]: toename van de koolstofvoorraad binnen de grenzen van de CO2-installatie
- a. voor elk van de verschillende cementproducten afgeleid op grond van het bepaalde in bijlage V van de regeling, of
- b. berekend op basis van het verschil tussen cementleveringen en voorraadwijzigingen en alle materialen die zijn gebruikt als toegevoegde materialen bij de cement, met inbegrip van bypass-stof en cementovenstof.
- a. de in het proces omgezette hoeveelheid anorganische en organische koolstof in de grondstoffen met behulp van rekenmethode A, of
- b. de hoeveelheid aardalkalioxiden in de vervaardigde keramische producten met behulp van rekenmethode B.