Art. 8 Tijdelijke regeling verstrekking tachograafkaarten, Intrekking en geldigheid

Tijdelijke regeling verstrekking tachograafkaarten

1. Een tachograafkaart kan worden ingetrokken in de gevallen genoemd in artikel 14, vierde lid, onder c, van verordening (EEG) nr. 3821/85 en op verzoek van de aanvrager.

2. Een bedrijfskaart of werkplaatskaart kan daarnaast worden ingetrokken:

a. bij zodanig misbruik van de kaart dat een deugdelijke registratie van rij- en rusttijden in gevaar komt;

b. indien de aanvrager niet meer kan voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 3, tweede of derde lid.