Art. 29 Besluit spoorverkeer, Gebruik van hoofdspoorwegen uitsluitend binnen spoorwegemplacementen

Besluit spoorverkeer

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

parkeren: op een spoorwegemplacement laten stilstaan van een trein anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van reizigers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen;

rangeren: op een spoorwegemplacement splitsen of opnieuw samenvoegen van treinen, dan wel in een bepaalde volgorde op een spoor of naar andere sporen manoeuvreren;

spoorwegemplacement: op grond van artikel 30 aangewezen deel van de hoofdspoorweg.