Bijlage 2 Verordening PT gebruik verdeelapparatuur van gewasbeschermingsmiddelen 2004: , behorende het besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw, d.d. 30 november 2004, inhoudende de vaststelling van regels ten aanzien van het gebruik van verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen (Verordening PT gebruik verdeelapparatuur bij gewasbeschermingsmiddelen 2004)
Verordening PT gebruik verdeelapparatuur van gewasbeschermingsmiddelen 2004
De boomgaardspuit wordt afgekeurd omdat de uitvoering of werking van één of meer van de in de groepen a tot en met n vermelde onderdelen zich voordoet. Afwezigheid van onderdelen waarvan kan worden aangetoond dat ze al niet aanwezig waren toen de machine nieuw was, is geen reden tot afkeuring. Uitzondering hierop is de aanwezigheid van een zeef in de tankopening en de uitvoering van de manometer. Functioneren niet, niet goed of niet soepel. In de zuig- en persleiding ontbreekt een filter respectievelijk de aanwezige filters zijn niet in goede staat. De op de spuit aanwezige flowmeter (doorstroommeter) wijkt meer dan 5 % af van de test doorstroommeter, De werking van de roerinrichting is onvoldoende als de vloeistof in de tank niet duidelijk in beweging is.
- 1. De aanwezige verstelmogelijkheden zijn niet goed bruikbaar (zitten vast of zijn defect) respectievelijk kunnen niet in een reproduceerbare stand worden vastgezet.
- 2. De op de gewenste hoogte ingestelde spuitdop(pen) veranderen van positie ten opzichte van het maaiveld of in stand ten opzichte van de bomen, respectievelijk de stand van de spuitdoppen (links en rechts) is niet symmetrisch.
- 3. Bij draaiende motor is de hoogteverandering meer dan plus of minus 2 cm, tenzij de oorzaak bij de trekker ligt. -
- 4. De afstand van de linker respectievelijk rechter onderste spuitdop tot het maaiveld heeft een verschil van meer dan 2 cm.
- 1. Er is tijdens het onder druk staan van het systeem lekkage van spuitvloeistof of olie.
- 2. Nadruppelen van doppen nadat de vloeistofstroom is afgesloten wordt als lekkage beschouwd.
- 3. Slangen zijn geknikt.
- 4. Er wordt beschadiging van de wapening van de slangen vastgesteld.
- 5. De spuitleiding, dophouders en doppen zijn niet onbeweeglijk bevestigd.
- 6. Slangklemmen functioneren zo slecht dat een slang kan worden losgetrokken zonder gebruik te maken van gereedschap of zonder eerst een veiligheidsvoorziening te hebben verwijderd.
- 7. Slangen zijn ingesneden door slangklemmen.
- 1. Het tankdeksel past qua grootte en vorm niet op de opening en kan niet onbeweeglijk worden vastgezet of kan niet met de hand worden losgemaakt.
- 2. De beluchting werkt niet.
- 3. Het aftappunt is niet goed bruikbaar.
- 4. De tankinhoud is niet vast te stellen.
- 5. Er is niet een in goede staat verkerende vulzeef aanwezig.
- 6. Via de zuigslang of vul-spoelinrichting kan spuitvloeistof teruglopen.
- 1. De ventilatorbladen zijn vervuild, verbogen of anderszins beschadigd. De ventilatorbladen staan niet in dezelfde stand. De ventilator is niet in balans.
- 2. De afscherming van de ventilator ontbreekt, zit niet goed bevestigd of heeft zodanige openingen dat risico voor persoonlijk letsel aanwezig is.
- 3. De aandrijving vertoont technische gebreken (breuk, slip, e.d.).
- 4. Geleideplaten zijn vervuild, verbogen of anderszins beschadigd.
- 1. Het huis van de manometer heeft een diameter die kleiner is dan 60 mm.
- 2. De schaalindeling is in het bereik van 5 -15 bar grover dan 1,0 bar. Spuit met luchtverneveling: De schaalindeling is in het bereik van 1 - 8 bar grover dan 1,0 bar.
- 3. De schaalhoek over het bereik van 0 -15 bar, resp. 0 - 8 bar, is minder dan 135. .
- 4. De door de spuitmanometer aangegeven drukken, in het gebied van 5 -15 bar, respectievelijk 1 – 8 bar, wijken meer dan 1,0 bar af van de ijkmanometer-waarden.
- 5. Er zijn meerdere spuitmanometers (d.w.z. manometers geplaatst achter het persfilter en voorzien van een druksensor) aanwezig, maar er wordt niet voldaan aan de eis dat ten minste twee spuitmanometers aan de eisen (zie onderdeel f, onder 1 tot en met 4) voldoen). Voor de digitaal afleesbare spuitmanometer is de afmetingseis niet van toepassing.
- 1. Er treedt lekkage op, als de druk verhoogd wordt tot de door de fabrikant maximaal toegestane druk of 20 bar.
- 2. De overdrukbeveiliging functioneert niet goed.
- 3. De pompcapaciteit voldoet niet aan de volgende eisen:
- bij aanwezigheid van alleen een hydraulische roerinrichting is de beschikbare overcapaciteit van de pomp in l/min meer dan 5% van de nominale tankinhoud, of
- bij aanwezigheid van een hydraulische roerinrichting plus een injector of een mechanisch roerwerk is de beschikbare overcapaciteit van de pomp per minuut meer dan 2,5 % van de nominale tankinhoud.
- 1. De ingestelde spuitdruk bij gelijkblijvend toerental wordt niet met een nauwkeurigheid van plus of minus 1 bar gehandhaafd.
- 2. Na enkele malen openen en sluiten van de hoofdkraan wordt de ingestelde druk (plus of minus 1 bar) niet opnieuw verkregen.
- 1. De afgifte per dop wijkt meer af dan plus of minus 10% van de gemiddelde waarde van ge lij k gecodeerde doppen. Doppen die anders gecodeerd zijn worden derhalve apart gemeten.
- 2. De in de doppentabel vermelde waarde valt buiten het onder punt 1 genoemde ± 10 % gebied.
- 3. Doppen van apparatuur die een overwegend schuin opwaartse richting bewerkstelligen moeten afzonderlijk verstelbaar en afsluitbaar zijn.
- 1. Er hangen obstakels in het spuitbeeld.
- 2. Verdelingspatroon voor boomgaardspuiten voldoet niet aan de volgende eisen:
- het verdelingspatroon moet zodanig kunnen worden ingesteld dat het spuitbeeld ongeveer symmetrisch is. De vloeistofniveaus in de corresponderende maatbekers van de metingen links en rechts van de machine mogen niet meer dan 20% van elkaar verschillen. De beoordeling: visueel,
- het verdelingspatroon moet blijven binnen een verticale lijn die aan het spuitbeeld raakt op een hoogte van minder dan 2 meter boven de grond. De beoordeling: visueel,
- maximaal 5% van de uitgebrachte spuitvloeistof mag tussen spuiten stam op de bodem komen. De beoordeling: visueel,
- maximaal 5% van de uitgebrachte spuitvloeistof mag boven de "boom" verspoten worden. De beoordeling: visueel.
- 3. In afwijking van het in dit onderdeel onder 2 gestelde, geldt, voor verdeelapparatuur welke een overwegend schuin opwaartse richting van de spuitvloeistof bewerkstelligt: Verdelingspatroon voor boomgaardspuiten (die een schuin opwaartse spuitrichting bewerkstelligen) voldoet niet aan de volgende eisen:
- het verdelingspatroon moet zodanig worden ingesteld dat het spuitbeeld ongeveer symmetrisch is. De beoordeling: visueel,
- het verdelingspatroon moet zodanig zijn dat er een gesloten spuitbeeld kan worden gevormd. De beoordeling: visueel,
- maximaal 5% van de uitgebrachte spuitvloeistof mag tussen spuit en stam op de bodem komen. De beoordeling: visueel,
- maximaal 5% van de uitgebrachte spuitvloeistof mag boven de "boom" verspoten worden. De beoordeling: visueel.
- 1. Er is luchtlekkage.
- 2. De voordruk van de accumulator kan niet ingesteld worden op ongeveer 0,6 deel van de in te stellen spuitdrukken van de aanwezige spuitdoppen. Als de voordruk van de accumulator oorspronkelijk niet instelbaar was, vervalt deze reden tot afkeuren.
- 3. De wijzer van de manometer staat niet stil.