Bijlage 2 Regeling GLB-inkomenssteun: lijst van groenbemesters als bedoeld in artikel 7, eerste lid
Regeling GLB-inkomenssteun
- 1. Mengsels van grassen
- 2. Phacelia
- 3. Spurrie
- 4. Vlinderbloemigen met uitzondering van bonen en erwten
- 5. Kruisbloemigen m.u.v. koolzaad
- 6. Afrikaantjes (Tagetes)
- 7. Solanum sisymbriifolium Tevens zijn in mengsels van één of meer van bovenstaande gewassen toegestaan:
- 8. Tweezaadlobbige cultuurgewassen in een dichtheid per gewas van ten hoogste 10% van de zaaizaadhoeveelheid die gebruikt wordt bij de gangbare teelt van het desbetreffende gewas
- 9. Eenzaadlobbige cultuurgewassen met uitzondering van maïs, in een dichtheid van maximaal 7 kg per hectare zaaizaad per soort, met een maximum van 35 kg per hectare in totaal
- 10. Akkerkruiden zoals aangemerkt in de Standaardlijst van de Nederlandse Flora (van der Meijden, 1990) met uitzondering van duist, grote windhalm, oot, melganzevoet, knolcyperus, hanepoot, kweek, kleefkruid, akkermunt, veenwortel, perzikkruid en klein kruiskruid.