Bijlage 7 Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang (artikel 8, derde lid) Inspectierapport gastouder. Toezichthouder: [naam GGD] Datum inspectiebezoek: De rijksoverheid stelt aan gastouders kwaliteitseisen op het gebied van deskundigheid, accommodatie en inrichting, pedagogisch beleid, aantal op te vangen kinderen en veiligheid en gezondheid. Jonge kinderen zijn kwetsbaar. De kwaliteit van de eerste jaren van een kind heeft grote invloed op zijn latere ontwikkeling. Het aanbieden van verantwoorde kinderopvang in een gezonde en veilige omgeving is daarom belangrijk. Het gastouderbureau is verantwoordelijk voor de beleidsmatige zaken die kwalitatief goede kinderopvang mogelijk maken. De gastouder is verantwoordelijk voor de daadwerkelijke opvang. De gemeente is verantwoordelijk voor het toezicht en de handhaving op die kwaliteit. In opdracht van de gemeente voert de GGD inspecties uit, beoordeelt of gastouderopvang aan de gestelde eisen voldoen. Zo nodig adviseert de GGD aan de gemeente om maatregelen te nemen. Om de kwaliteit te kunnen beoordelen heeft de rijksoverheid regels in de Wet kinderopvang en in de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang geformuleerd1 Normen direct ontleend aan de Wet kinderopvang gelden als eis waarvan niet mag worden afgeweken. Normen ontleend aan de beleidsregel gelden als richtlijn. De houder mag daar eventueel van afwijken, mits hij daarvoor een goede reden heeft en tenminste een gelijkwaardig alternatief biedt voor hetgeen de betreffende norm in de beleidsregel beoogt. Is dat het geval dan is de beleidsregel op dat onderdeel niet van toepassing.. Om te kunnen beoordelen of aan deze regels wordt voldaan, is een toetsingskader opgesteld. Hierin staan alle zaken waarover de toezichthouder informatie verzamelt én een oordeel geeft. Alle toezichthouders in Nederland werken met dezelfde veldinstrumenten, zoals vragenlijsten, om op een gestructureerde manier informatie te verzamelen tijdens een inspectiebezoek. De bevindingen van het inspectieb
- 1. Een oordeel geven over het al dan niet voldoen aan de gestelde kwaliteitseisen. Het kan gaan om de eisen die gesteld worden aan gastouders om in het landelijk register opgenomen te worden dan wel om eisen die aan gastouders gesteld worden die al in exploitatie zijn.
- 2. Aan de gemeente rapporteren in hoeverre de gastouder aan de kwaliteitseisen voldoet en een advies uitbrengen over eventuele vervolgstappen.
- 3. De (toekomstige) ouders informeren over de mate waarin de gastouder aan de kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang voldoet.
- a. Helpende Zorg en Welzijn 2
- b. Helpende welzijn 2
- c. Helpende breed 2
- d. Helpende sociaal agogisch werk 2
- a. Sociaal Pedagogisch Werker 3 (SPW-3)
- b. Sociaal Pedagogisch Werker 4 (SPW4)
- c. Pedagogisch Werker niveau 3
- d. Pedagogisch Werker 3 Kinderopvang
- e. Pedagogisch Werker niveau 4
- f. Pedagogisch Werker 4 Kinderopvang
- g. Onderwijsassistent
- h. Onderwijsassistent PO/SO (primair onderwijs/speciaal onderwijs)
- i. Sociaal-Cultureel Werker (SCW)
- j. Vakopleiding Leidster kindercentra (conform de WEB)
- k. Kinderverzorging/Jeugdverzorging (KV/JV)
- l. Kinderverzorgster (KV)
- m. Kinderverzorging en Opvoeding
- n. Kinderbescherming A
- o. Kinderbescherming B
- p. Kinderverzorgster van de centraleraad voor de kinderuitzending
- q. Akte Kleuterleidster A
- r. Akte Kleuterleidster B
- s. Akte hoofdleidster kleuteronderwijs
- t. Verdere Scholing in Dienstverband (VSID) richting kinderdagverblijven
- a. Leraar basisonderwijs (aan Hogeschool, PABO of IPABO)
- b. Pedagogiek (HBO-bachelor)
- c. Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH)
- d. Culturele en Maatschappelijke vorming (CMV)
- e. Pedagogische Academie
- f. Pedagogisch management kinderopvang
- g. Akte Lager onderwijs zonder hoofdakte (oude kweekschoolopleiding)
- h. Educatieve therapie (Mikojel)
- i. Jeugdhulpverlening
- 1. Helpende Zorg en Welzijn 2
- 2. Helpende welzijn 2
- 3. Helpende breed 2
- 4. Helpende sociaal agogisch werk 2