Bijlage 3 Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
Het toetsingskader gastouder bevat de domeinindeling en de voorwaarden. Het kader betreft een inhoudelijke uitwerking van de kwaliteitsaspecten, ingedeeld naar domeinen en voorwaarden. Vastgelegd is naar welke kwaliteitsaspecten de toezichthouder kijkt. De verschillende vormen van onderzoek (onderzoek na aanvraag registeropname, periodiek onderzoek, incidenteel onderzoek en nader onderzoek) vinden plaats op basis van dit kader. Aan de hand van dit toetsingskader komt de toezichthouder tot een oordeel over de mate waarin aan de basiskwaliteitseisen van gastouderopvang wordt voldaan. De kwaliteitsaspecten die de toezichthouder beoordeelt ten aanzien van de gastouder zijn ingedeeld naar de volgende domeinen: Elk domein kent verschillende voorwaarden; criteria waarop wordt getoetst of wordt voldaan aan de kwaliteitsvoorschriften uit de Wet kinderopvang, de AMvB deskundigheidseisen gastouders kinderopvang, Besluit Registratie Kinderopvang, de Regeling Wet kinderopvang, de Beleidsregels kwaliteit kinderopvang of de Wet klachtrecht cliënten zorgsector. Het toetsingskader gastouder bestaat uit 2 delen, A en B. Het kalenderjaar 2010 is een overgangsjaar. De toetsing van gastouders wordt in 2010, naast een administratief onderzoek van deel A, beperkt tot een één-uurs-bezoek van de GGD-inspecteur op het opvangadres waarbij zoveel mogelijk eisen uit deel B worden getoetst. Voor gastouders geldt dus in 2010 dat zij na een goedgekeurde aanvraag tot registratie niet opnieuw binnen drie maanden worden gecontroleerd, wat in 2011 en verder wel het geval is. Bovenstaande is zowel van toepassing op bestaande gastouders (reeds werkzaam in 2009) als op nieuwe gastouders (start van werkzaamheden in 2010). Vanaf 2011 geldt dat de items uit deel A zijn opgesteld om te bepalen of de gastouder in het landelijk register opgenomen kan worden. Deze items zijn door middel van een administratief onderzoek te toetsen. Wanneer een gastouder voldoet aan alle items van deel A dan wordt een onderzoek o
- 1. gastouderopvang in de zin van de Wet kinderopvang;
- 2. gastouder;
- 3. accommodatie en inrichting;
- 4. pedagogisch beleid;
- 5. aantal kinderen;
- 6. veiligheid en gezondheid.
- a. Helpende Zorg en Welzijn 2
- b. Helpende welzijn 2
- c. Helpende breed 2
- d. Helpende sociaal agogisch werk 2
- a. Sociaal Pedagogisch Werker 3 (SPW-3)
- b. Sociaal Pedagogisch Werker 4 (SPW4)
- c. Pedagogisch Werker niveau 3
- d. Pedagogisch Werker 3 Kinderopvang
- e. Pedagogisch Werker niveau 4
- f. Pedagogisch Werker 4 Kinderopvang
- g. Onderwijsassistent
- h. Onderwijsassistent PO/SO (primair onderwijs/speciaal onderwijs)
- i. Sociaal-Cultureel Werker (SCW)
- j. Vakopleiding Leidster kindercentra (conform de WEB)
- k. Kinderverzorging/Jeugdverzorging (KV/JV)
- l. Kinderverzorgster (KV)
- m. Kinderverzorging en Opvoeding
- n. Kinderbescherming A
- o. Kinderbescherming B
- p. Kinderverzorgster van de centraleraad voor de kinderuitzending
- q. Akte Kleuterleidster A
- r. Akte Kleuterleidster B
- s. Akte hoofdleidster kleuteronderwijs
- t. Verdere Scholing in Dienstverband (VSID) richting kinderdagverblijven
- a. Leraar basisonderwijs (aan Hogeschool, PABO of IPABO)
- b. Pedagogiek (HBO-bachelor)
- c. Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH)
- d. Culturele en Maatschappelijke vorming (CMV)
- e. Pedagogische Academie
- f. Pedagogisch management kinderopvang
- g. Akte Lager onderwijs zonder hoofdakte (oude kweekschoolopleiding)
- h. Educatieve therapie (Mikojel)
- i. Jeugdhulpverlening
- 1. Helpende Zorg en Welzijn 2
- 2. Helpende welzijn 2
- 3. Helpende breed 2
- 4. Helpende sociaal agogisch werk 2
- 1. gastouderopvang in de zin van de Wet kinderopvang;
- 2. gastouder;
- 3. accommodatie en inrichting;
- 4. pedagogisch beleid;
- 5. aantal kinderen;
- 6. veiligheid en gezondheid.