Art. 6 Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang, Nader onderzoek
Beleidsregels werkwijze toezichthouder kinderopvang
Onverminderd de artikelen 65 en 66, alsmede hoofdstuk 5, paragraaf 2, van de wet verricht de toezichthouder, afhankelijk van de ernst van de in het inspectierapport geconstateerde tekortkomingen, nader onderzoek, indien is gebleken dat de houder van het desbetreffende kindercentrum, gastouderbureau of de desbetreffende voorziening voor gastouderopvang de kwaliteitsverbeteringen niet binnen de in het inspectierapport gestelde termijn heeft gerealiseerd. Artikel 3 is van toepassing.