Art. 1 Regeling G.O.- en vakbondsfaciliteiten, Begripsbepalingen

Regeling G.O.- en vakbondsfaciliteiten

In deze regeling wordt verstaan onder:

1. de minister: de minister van onderwijs, cultuur en wetenschap;

2. school: een school voor:

– basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs;

– (voortgezet) speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra;

– voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

3. werkgeversorganisatie:

– de VO-raad;

– de Werkgeversvereniging Primair Onderwijs;

4. SFSVO: de Stichting Financiering Structureel Vakbondsverlof Onderwijs;

5. vervallen;

6. de centrales:

de Algemene Centrale van Overheidspersoneel (ACOP);

de Christelijke Centrale van Overheids-en Onderwijspersoneel (CCOOP);

de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen (CMHF);

het Ambtenarencentrum (AC).

7. personeelsorganisatie: een bij een centrale aangesloten vereniging van onderwijspersoneel;

8. werknemersorganisatie: een organisatie van werknemers die overleg voert over de CAO in de desbetreffende sector.