Art. 1.4 Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005, Gelijke behandeling

Rechtspositieregeling lokaal indienstgenomen werknemers 2005

1. De werkgever maakt geen onderscheid tussen werknemers op grond van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, seksuele geaardheid, burgerlijke staat, een verschil in arbeidsduur, of op welke grond dan ook, tenzij een dergelijk onderscheid objectief gerechtvaardigd is.

2. Een rechtsvordering op grond van dit artikel verjaart na verloop van zes maanden.