Bijlage 2 Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit: lijst direct beboetbare feiten
Beleidsregels boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit
• Het in het geheel niet hebben van een arbeids- en rusttijdenregistratie in combinatie met het niet naleven van andere voorschriften van de Arbeidstijdenwet en de daarop berustende bepalingen. • Het niet naleven van het verbod van kinderarbeid: • Indien sprake is van het verrichten van toegestane arbeid door kinderen van 13 tot en met 15: • Indien sprake is van het verrichten van arbeid door jeugdige werknemers: • Indien sprake is van het verrichten van arbeid door werknemers van 18 jaar of ouder • Indien de in de Nadere Regeling Kinderarbeid gegeven voorschriften niet worden nageleefd in combinatie met het niet naleven van voorschriften die zijn neergelegd in de Arbeidsomstandighedenwet 1998 en de daarop berustende bepalingen. • Het niet naleven van de voorschriften die zijn geregeld in § 5.14 Arbeidstijdenbesluit en als zodanig in het interventiebeleid van het Staatstoezicht op de Mijnen zijn gekwalificeerd.
- - indien ('gewone') arbeid wordt verricht door kinderen jonger dan 13 jaar;
- - indien 'artistieke' arbeid door kinderen wordt verricht waarvoor geen ontheffing kan worden verleend.
- - in een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd heeft van minder dan 24 uur, of
- - tussen 21.00 uur en 06.00 uur, of
- - met een onafgebroken rusttijd van minder dan 12 uur in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, of
- - meer dan 10 uur per dienst, of
- - meer dan 45 uur per week.
- - in een aaneengesloten tijdruimte van 7 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd heeft van minder dan 24 uur, of
- - tussen 00.00 uur en 06.00 uur, of
- - met een onafgebroken rusttijd van minder dan 10 uur in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, of
- - meer dan 12 uur per dienst, of
- - meer dan 60 uur per week.
- - in een tijdruimte van 10 maal 24 uren een onafgebroken rusttijd heeft van minder dan 24 uur,
- - met een onafgebroken rusttijd van minder dan 6 uur in een aaneengesloten tijdruimte van 24 uren, of
- - meer dan 14 uur per dienst, of
- - gedurende meer dan 72 uur in elke periode van 7 maal 24 uren, of
- - meer dan 48 uur gemiddeld berekend over een periode van 13 weken.