Bijlage A Brandweerregeling burgerluchtvaartterreinen 2004: bedoeld in artikel 7, eerste lid
Brandweerregeling burgerluchtvaartterreinen 2004
1.1. Voor actieve dienst bij de brandweer op luchtvaartterreinen in de brandrisicoklassen 3 (geregeld luchtvervoer) en hoger komt in aanmerking hij/zij die voldoet aan de keuringseisen voor brandweerpersoneel, zoals vastgelegd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. 1.2. De exploitant kan aanvullende eisen stellen voor zover nodig voor een juiste dienstvervulling. 2.1. Voor luchtvaartterreinen in de brandrisicoklasse 1 t/m 3 (geen geregeld luchtvervoer) kan het personeel voor de brandweer geselecteerd worden uit het dienstdoend personeel van de havendienst, zo nodig aangevuld met op het luchtvaartterrein aanwezige personeel van bedrijven, vliegclubs etc. 2.2. Voor luchtvaartterreinen in de brandrisicoklassen 3 (geregeld luchtvervoer) t/m 10 zijn ten aanzien van de aanstellings- en bevorderingseisen voor het brandweerpersoneel de artikelen 2, 3, 4, eerste lid, onder a.1° t/m 4°, 6 en 7 van het Besluit Brandweerpersoneel van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder bevoegd gezag in dezen de exploitant wordt verstaan. 2.3. De exploitant draagt er zorg voor dat het brandweerpersoneel een opleiding volgt overeenkomstig paragraaf 5 van deze bijlage. 3.1. De kennis en bedrevenheid van het brandweerpersoneel worden geregeld door middel van lessen en oefeningen op een zo hoog mogelijk peil gehouden. De lessen en oefeningen bevatten tenminste de volgende onderwerpen: 3.2. Indien het luchtvaartterrein ook buiten de daglichtperiode is opengesteld voor het luchtverkeer vinden ook ‘s nachts praktische oefeningen plaats. 3.3. De exploitant van een luchtvaartterrein stelt een oefenprogramma voor het brandweerpersoneel vast, afgestemd op het soort en de hoeveelheid luchtverkeer, dat in de regel van het luchtvaartterrein gebruik maakt. 3.4. De oefenfrequentie moet voldoende hoog zijn om te waarborgen, dat elk lid van de repressieve brandweerdienst: 4.1. Voor de luchtvaartterreinen 1, 2 en 3 (geen geregeld luchtvervoer) Basisopleiding bestaat
- a. kennis van vliegtuigen;
- b. specifieke blusstoffen voor vliegtuigbrandbestrijding;
- c. specifiek materieel voor vliegtuigbrandbestrijding;
- d. kennis van het terrein van het luchtvaartterrein en de onmiddellijke omgeving;
- e. specifieke brandbestrijdings/reddingstechniek en tactiek;
- f. gevaren en persoonlijke bescherming bij bestrijdings- en reddingsactiviteiten in geval van vliegtuigbranden;
- g. de op het luchtvaartterrein geldende radioprocedures;
- h. de van toepassing zijnde luchtvaartwetgeving.
- a. bekwaam is in het uitvoeren van de hem toegewezen taken en functies in geval van een ongeval met een luchtvaartuig;
- b. geoefend en bekwaam is in het gebruik van het materieel en de uitrusting ten behoeve van het bestrijden van brand en het redden van mensenlevens;
- c. bekend is met de aan andere leden van zijn groep toegewezen taken voorzover dit voor de uitvoering van zijn eigen taak nodig is.
- – Certificaat vliegtuigbrandbestrijding kleine luchtvaart.
- – module 101 repressie,
- – module 102 levensreddende handelingen,
- – module 103 persoonlijke bescherming,
- – module 204 hulpverlener,
- – module 206 vliegtuigbrandbestrijding.
- – module 407 vliegtuigbrandbestrijding.
- – module 401 verbranding en blussing,
- – module 402 organisatie,
- – module 403 gevaarlijke stoffen,
- – module 404 repressie,
- – module 405 sociale vaardigheden,
- – module 407 vliegtuigbrandbestrijding.
- – basisopleiding bevelvoerder,
- – On scene commander of CAA officercourse.
- – module 605 organisatie,
- – module 606 repressie,
- – module 607 operationeel management.