Bijlage 1 Rol
Regeling omgevingslawaai (Rol)
Door burgemeester en wethouders aan de Minister van Verkeer en Waterstaat, gedeputeerde staten of een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie op hun verzoek te verschaffen gegevens en inlichtingen: Door de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Verkeer en Waterstaat, gedeputeerde staten of burgemeester en wethouders aan de betrokken burgemeester en wethouders of een bevoegde autoriteit van een lidstaat van de Europese Unie op hun verzoek te verschaffen gegevens en inlichtingen: Onderstaande gegevens dienen uitsluitend te worden verstrekt door het bevoegde gezag indien de desbetreffende bron een geluidsbelasting van 55 dB Lden of meer, dan wel 50 dB Lnight of meer ter plaatse van een woning veroorzaakt. Door de Minister van Verkeer en Waterstaat op verzoek aan burgemeester en wethouders te verstrekken gegevens:
- – ligging van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen als bedoeld in het besluit binnen de begrenzing zoals aangegeven door de verzoekende instantie;
- – ligging van objecten in het gebied tussen bron en immissiepunt die van belang zijn voor de bepaling van Lden en Lnight;
- – ligging van stille gebieden.
- – de maatgevende verkeersintensiteiten van de onderscheidene categorieën motorvoertuigen;
- – per onderscheidende categorie de verdeling over de verschillende rijstroken van het betrokken weggedeelte;
- – de verkeerssnelheden van de onderscheidene categorieën motorvoertuigen;
- – het wegdektype van het betrokken weggedeelte;
- – hoogteligging van het betrokken weggedeelte;
- – wegligging;
- – ligging en hoogte van geluidafschermende voorzieningen.
- – de maatgevende verkeersintensiteiten van de onderscheidene categorieën railvoertuigen;
- – de snelheid van de onderscheidene categorieën railvoertuigen;
- – de specifieke geluidemissies van de onderscheidene categorieën railvoertuigen;
- – de bronhoogten die representatief te achten zijn voor de betrokken categorieën railvoertuigen;
- – de mogelijke extra geluidemissie die optreedt bij het remmen van de betrokken categorieën railvoertuigen;
- – de voor het betreffende emissietraject karakteristieke baangesteldheid;
- – de wijze van spoorstaafoplegging;
- – baanligging;
- – ligging en hoogte van geluidafschermende voorzieningen.
- – de waarde van de geluidsbelasting zoals deze hoort bij de vastgestelde zone rond het industrieterrein;
- – de ligging van de vastgestelde zone.
- – de waarde van de (totale) geluidsbelasting zoals deze hoort bij de geldende Wet milieubeheervergunning(en) voor die inrichting.
- – de ligging van een luchthaven;
- – de waarde(n) van de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting;
- – de ligging van de punten buiten de luchthaven waar de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld.