Bijlage 2 Goedkeuringsbesluit Examenreglement en -programma Ondernemer in de binnenvaart 2004: examenprogramma Ondernemer in de binnenvaart
Goedkeuringsbesluit Examenreglement en -programma Ondernemer in de binnenvaart 2004
De kandidaat heeft begrip van: De kandidaat heeft enig begrip van: De kandidaat heeft kennis van: Diploma Kennis schip Veiligheid en milieu Schipper/kapitein (WCBO) V V Middelbare beroepsopleiding RenB (WVO) V V Middelbare beroepsopleiding Baggerbedrijf (WVO) V V Matroos (WCBO) V Bootman (WCBO) V Matroos (WEB) V V Bootman (WEB) V V Stuurman/Schipper (WEB) V V Schippersdiploma RKM vóór 1 april 1984 (KOFS) V V Schippersdiploma Ruime wateren vóór 1 april 1984 (KOFS) V V Schipper RKM (KOFS) V V Voorschot (KOFS) V V Schipper AB (KOFS) V V Schipper Zeilvaart (KOFS) V V Molenbaas of Zuigerbaas (KOFS) V V Schipper Rijn V V MAROF V V Stuurman KHV, GHV en zeevisvaart V V SMBW V V Stuurman/werktuigkundige Kleine Schepen V V SW V, SW VI V V Stuurman GZV V V Stuurman KZV V V Groot Vaarbewijs I of II of gelijkwaardig bewijs vaarbekwaamheid van één van de Rijnoeverlidstaten of Belgie dan wel door de CCR als gelijkwaardig erkend bewijs van vaarbekwaamheid. V V Rijnpatent V V
- 1. de EU-regelingen die voor de binnenvaart tot stand zijn gekomen;
- 2. EU-richtlijnen die in de Nederlandse wetgeving zijn opgenomen;
- 3. de belangrijkste reglementen die de CCR heeft vastgesteld;
- 4. de taken van de douane;
- 5. douaneformaliteiten: in- en uitklaren, douane-expediteur, verzegelen.
- 1. belang van de bilaterale verdragen tussen Nederland en voormalig Oostblok-landen (onder andere Tsjechië, Slowakije, Hongarije, Polen);
- 2. de volgende vervoersoorten: transitovervoer, wisselvervoer, vervoer voor derden, derde-landenvervoer, cabotage;
- 3. de te gebruiken douanedocumenten;
- 4. de politie- en vaarreglementen die gelden op de binnenwateren van België, Frankrijk en Duitsland.
- 1. Europese Unie: EEG, doelstellingen, Europese Akte en dergelijke;
- 2. de wateren, waar met een Groot Vaarbewijs I en met een Groot Vaarbewijs II binnen de EU gevaren mag worden;
- 3. de Akte van Mannheim: doelstellingen, CCR;
- 4. de kenmerken van de Douane-Unie;
- 5. Nederlandse politie- en vaarreglementen plus hun geldigheid;
- 6. de vervoersmarkten, die voor het Nederlandse beroepsvervoer over water van belang zijn;
- 7. de voor het beroepsvervoer over water bestaande ondernemingsvormen;
- 8. het sluiten van vervoers- en bevrachtingsovereenkomsten, inclusief schriftelijke vastlegging, het gebruiken van vervoersdocumenten, rekening houdend met geldende wet- en regelgeving, binnen Nederland en internationaal;
- 9. de voornaamste bepalingen uit de Wet vervoer binnenvaart met betrekking tot de toegang tot en de uitoefening van het beroep.
- 10. Regelgeving op het gebied van afvalstoffen t.a.v. inzamelen, verhandelen en bemiddelen
- 1. De kandidaat kan:
- – bouw en samenstelling van schepen
- – uitrusting van schepen noemen en de functie ervan beschrijven;
- 2. De kandidaat kan de meest voorkomende soorten en typen van schepen met de daarbij behorende afmetingen en tonnages en klasse noemen;
- 3. De kandidaat kan handelingen van de schipper
- – bij preventief onderhoud aan een schip
- – bij een werfbeurt beschrijven, al dan niet inclusief het gebruik van hulpmiddelen en bijbehorende documenten;
- 4. De kandidaat kan doel en globale inhoud van scheepsdocumenten beschrijven;
- 5. De kandidaat kan
- – relevante groepen en onderdelen van draden noemen
- – afhankelijk van situatie of belasting, al dan niet afgeleid uit scheepsdocumenten geschikte hijsdraden, meerdraden, eindverbindingen en (anker)kettingen kiezen.
- 1. De kandidaat kan de belangrijkste veiligheidsvoorschriften voor de binnenvaart beschrijven;
- 2. De kandidaat kan
- – aan boord aanwezige reddingsmiddelen
- – aan boord aanwezige persoonlijke beschermingsmiddelen conform veiligheidsvoorschriften en keuringseisen noemen en hun functie beschrijven;
- 3. De kandidaat kan
- – de oorzaken van brand
- – te nemen maatregelen bij verschillende branden met behulp van de belangrijkste blusmiddelen beschrijven;
- 4. De kandidaat kan de te nemen maatregelen bij aanvaring en schadevaring beschrijven inclusief het gebruik van hulpmiddelen;
- 5. De kandidaat kan:
- – gevaren bij het betreden van besloten ruimten
- – maatregelen bij werken in besloten ruimten beschrijven;
- 6. De kandidaat kan te nemen maatregelen bij ongevallen aan boord beschrijven;
- 7. De kandidaat kan met betrekking tot milieu:
- – globaal de milieuwetgeving die betrekking heeft op de binnenvaart
- – de belangrijkste milieuproblemen die de binnenvaart kan veroorzaken
- – de belangrijkste voorzorgsmaatregelen
- – behandeling van ladingsresten, olieresten, verfresten, klein chemisch afval en huisvuil beschrijven.