Art. 9 Instructie beveiligingsambtenaar BZ, Bijzondere bepalingen

Instructie beveiligingsambtenaar BZ

1. De beveiligingsambtenaar kan de binnen het ministerie aanwezige personen en goederen controleren op de aanwezigheid van roerende goederen die op grond van het beveiligings- en veiligheidsbeleid verboden zijn of die om andere veiligheidsredenen niet toelaatbaar zijn binnen het ministerie.

2. Als verboden roerende goederen worden in ieder geval aangemerkt:

– wapens,

– als wapens te gebruiken goederen,

– munitie,

– explosieven,

– verdovende middelen.