Bijlage 2 Verordening PT bestrijding aardappelmoeheid 2004: als bedoeld in artikel 3, tweede lid, behorende bij het besluit van het bestuur van het Productschap Tuinbouw van 1 juli 2004 houdende regels over de bestrijding van aardappelmoeheid (Verordening PT bestrijding aardappelmoeheid 2004)
Verordening PT bestrijding aardappelmoeheid 2004
Als gebied wordt aangewezen het gebied, gelegen in de volgende gemeenten of gedeelten daarvan:
- 1. Bellingwedde, Groningen, Haren, Hoogezand-Sappemeer, Leek, Marum, Mentewolde, Pekela, Reiderland voor zover gelegen ten westen van de Ulsderweg en C.G. Wiegersweg en ten zuiden van de Hoofdweg en Goldhoorn te Finsterwolde, Scheemda voor zover gelegen ten zuiden van de Goldhoorn te Oostwold en ten westen van de Noorderstraat, ten noorden van de Polderweg, ten westen van de Noorderstraat, ten noorden van de Polderweg, ten westen van de Langeweg, ten zuiden van Hoofdweg-Oost, Hoofdstraat en Hoofdweg-west te Nieuwolda, ten zuiden van Hoofdweg 't Waar, ten zuiden van de Rechte Walsteweg, Slechteren, Veendam, Vlagtwedde, Winschoten, Anloo, Assen Beilen, Borger, Coevorden, Dalen, Diever, Dwingeloo, Eelde, Emmen, Gasselte, Gieten, Havelte, Hoogeveen, Meppel, Ooststellingwerf voor zover gelegen ten noorden Verwersweg, Zorgvlied vanaf provinciegrens tot driegemeentepunt Diever-Weststellingwerf-Ooststellingwerf, ten zuiden van de wegen Kloosterweg, Terwisscha, Westeres en Bruggelaan tot de Compagnonsvaart, ten oosten van de wegen Zuideinde Fochteloo, Noordeinde, de Knolle tot kruising met de weg Weper, en ten zuiden van de wegen Weper, Weperpolder tot provinciegrens, Norg, Nijeveen, Odoorn, Oosterhesselen, Peize, Roden, Rolde, Ruinen, Ruinerwold, Schoonebeek, Sleen, Smilde, Vledder, Vries, Westerbork, de Wijk, Zuidlaren, Zuidwolde, Zweelo, Avereest, Bredewiede, Grarnsbergen, Den Ham, Hardenberg, Hellendoorn, Ommen, Steenwijk, Vriezenveen en IJsselham.
- 2. Het gebied begrensd door de provincie Overijssel ten zuiden van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water, Gelderland, Utrecht, Noord-Holland ten zuiden van het Noordzee-kanaal en het IJ. Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant en Limburg. De teelt van aardappelplanten op een perceel, waarop zich in het voorafgaande kalenderjaar géén en in het tweede voorafgaande kalenderjaar aardappelplanten bevonden en welk perceel is gelegen in het onder 1 genoemde gebied is toegestaan, mits de aardappelplanten worden gerooid vóór 1 juli van het jaar waarin zij zijn geteeld en de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de voorzitter van het Productschap.
- 3. Het gebied begrensd door de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel ten noorden van de Overijsselse Vecht en het Zwarte Water, Flevoland en Noord-Holland ten noorden van het Noordzeekanaal en het IJ, uitgezonderd het in art. 1 genoemde gebied. De teelt van aardappelplanten op een perceel, waarop zich in het voorgaande kalenderjaar géén en in het tweede voorafgaande kalenderjaar aardappelplanten bevonden en welk perceel is gelegen in het onder 1 genoemde gebied is toegestaan, mits de aardappelplanten worden gerooid vóór 10 juli van het jaar waarin zij zijn geteeld en de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de voorzitter van het Productschap.
- 4. In afwijking van het gestelde onder 3 is de teelt van aardappelplanten op een perceel, waarop zich in de twee voorgaande kalenderjaren, dan wel in één van die jaren aardappelplanten bevonden, toegestaan mits:
- a. het perceel is gelegen in het gebied "Opperdoes", begrensd door Noorderkogger Zeedijk vanaf de Overleker Sluis van Medemblik, Noorderweg, Dorpsweg Twisk, Twiskerdijksloot, de Braak, de Muiter, Zandwegsloot naar de Overleker Sluis, en
- b. de aardappelplanten zijn gerooid vóór 10 juli van hetjaar waarin zij worden geteeld,
- c. de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de voorzitter van het Productschap.
- 5. In afwijking van het gestelde onder 3 is de teelt van aardappelplanten op een perceel waarop zich in de twee voorgaande kalenderjaren, dan wel in één van die jaren aardappelplanten bevonden, toegestaan, mits:
- a. het perceel is gelegen in het gebied "Langedijk", begrensd door Koog, Langebalkweg, Kanaal Omval-Kolhorn, Uitvalsweg, Dorpsstraat Broek op Langedijk en Zuid-Scharwoude tot Koog;
- b. de aardappelplanten zijn gerooid vóór 10 juli van het jaar waarin zij worden geteeld, en
- c. de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de voorzitter van het Productschap.
- 6. In afwijking van het gestelde onder 3 is de teelt van aardappelplanten op een perceel, waarop zich in het voorgaande kalenderjaar géén en in het tweede voorafgaande kalenderjaar aardappelplanten bevonden, toegestaan mits:
- a. het perceel is gelegen in het gebied "Heerhugowaard/Ceestmerambacht", begensd door Kanaal Omval-Kolhorn, Westerlangereis, Langereis, Veenhuizerkade, Plempdijk, Ringvaart Heerhugowaard, Hoornse Vaart, Ringsloot polder De Vronermeer, spoorlijn Alkmaar-Hoorn tot palen bovenleiding 39/23 en 39/24, Nollenweg, Provinciale weg S3 (Alkmaar-Schagen), Daalmeerpad, Vronermeerweg, Wijde Vaart (gedeeltelijk gedempt), Spanjaardsdarn, Nauertogt, Westelijke Randweg, Maijersloot, Voorburggracht, Westelijke Randweg naar Broek op Langedijk, Stationsweg, Dorpsstraat, Uitvalsweg, Kanaal Omval-Kolhorn, Langebalkweg, Oostelijke randweg Noord-Scharwoude, Waarddijk west, Provinciale weg 54, Kanaal Omval-Kolhoorn;
- b. de aardappelplanten zijn gerooid vóór 10 juli van het jaar waarin zij worden geteeld, en
- c. de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de voorzitter van het Productschap.