Bijlage 2zz Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 27 van de Regeling herverkaveling
Nadere regels per blok betreffende de tweede schatting voor de herinrichting ‘Hoek’ De subjectieve factoren, bedoeld in artikel 5 van de regeling, worden als volgt in punten1De geldwaarde van een punt is de breuk van het totaal van de ten laste van de gezamenlijke eigenaren komende kosten van de landinrichting, bedoeld in artikel 222, vierde lid, van de wet, gedeeld door het totaal aantal punten. gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 11.000,– tot en met € 40.000,– per hectare, met intervallen van € 1.000,–. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 11.000,– tot en met € 40.000,– per hectare, met intervallen van € 1.000,–. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 5 klassen van 0 tot en met 40 punten per hectare, met intervallen van 10 punten;
- b. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van hoogspanningsmasten op € 2.500,– per stuk;
- b. de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen, niet zijnde leidingen van Gasunie, waarvoor een beperkt recht is gevestigd, op € 0,88 per vierkante meter oppervlakte van de strook met beperkt recht;
- c. de aanwezigheid van bovengrondse kabels en leidingen waarvoor een beperkt recht is gevestigd, op € 10,– per strekkende meter overspanning met beperkt recht;
- d. de aanwezigheid van verontreiniging in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door een deskundige vast te stellen bedrag;
- e. de aanwezigheid van drainage op basis van drainlengte en leeftijd variërend van € 0,– tot en met € 0, 85 per strekkende meter;
- f. de mate van vlakligging in klassen van € 0,– tot en met € 2000,– per hectare, met intervallen van € 1000,–;
- g. de aanwezigheid van obstakels van € 0,– tot en met € 2000,– per geval, met intervallen van € 1000,–;
- h. de aanwezigheid van extreme onkruidverontreiniging of uitzonderlijk lage bemestingstoestand van € 0,– tot en met € 500,– per hectare, met intervallen van € 100,–;
- i. de in extreme mate aanwezigheid van bodemziekten van € 0,– tot en met € 2000,– per hectare, met intervallen van € 250,–;
- j. de aanwezigheid van een verharde opslagplaats op € 15,– per vierkante meter;
- k. schaduw- en wortelschade zal worden verrekend op basis van € 0,– tot en met € 5,– per strekkende meter, met intervallen van € 0,50;
- l. de andere dan agrarische waarde met een door een deskundige vast te stellen bedrag.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 0,75.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.