Bijlage 2vvv Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 6 klassen van € 0,–, € 1.815,12, € 3.630,24, € 5.445,36, € 9.983,16 en € 14.520,97 of in 6 klassen van € 16.336,09 tot en met € 20.873,89 met intervallen van € 907,56. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 6 klassen van € 0,–, € 1.815,12, € 3.630,24, € 5.445,36, € 9.983,16 en € 14.520,97 of in 6 klassen van € 16.336,09 tot en met € 20.873,89 met intervallen van € 907,56. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. de afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 5 klassen van respectievelijk 0, 5, 10, 15 en 20 punten per hectare;
- b. de afstand van de bedrijfsgebouwen dan wel bedrijfsgedeelten van boerderijen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 5 klassen van respectievelijk 50, 80, 120,150 en 180 punten per gebouw of complex van gebouwen;
- c. de afstand van particuliere woningen en woongedeelten van boerderijen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 5 klassen van respectievelijk 25, 50, 85, 110 en 135 punten per gebouw of complex van gebouwen;
- d. de verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 5 klassen van respectievelijk 0, 5, 10, 15 en 20 punten per hectare;
- e. de bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van hoogspanningsmasten van het 150kV-net op € 1.000,– per stuk en overspanningen op € 5,45 per strekkende meter zakelijk rechtstrook;
- b. markeringspalen voor nutsvoorzieningsleidingen op € 250,– per paal;
- c. het opheffen van erfdienstbaarheden op € 1.000,–, € 2.000,–, € 4.000,–, € 6.500,–, € 8.000,–, € 8.500,–, € 10.000,–, € 12.000,– € 13,000,– of € 16.500,– per geval en het vestigen van erfdienstbaarheden op € 2.000,–, € 4.000,–, € 8.000, € 13.000, € 17.000, € 20.000, € 24.000,– of € 33.000,– per geval;
- d. andere dan agrarische waarden met een door een deskundige vast te stellen bedrag;
- e. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 1,84.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.