Bijlage 2rr Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikel 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 907,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 907,–. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaa, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 907,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 907,–. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, wordt als volgt geschat:
- a. De afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 3 klassen van respectievelijk 0, 20 en 40 punten per hectare;
- b. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 6 klassen van 0 tot en met 100 punten per hectare met intervallen van 20 punten;
- c. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. het opheffen of vestigen van erfdienstbaarheden in 2 klassen van € 7.500,– en € 15.000,– per geval bij overpad over huis- of bedrijfskavel;
- b. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembeschermign met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- c. andere dan agrarische waarden met een door een deskundige vast te stellen bedrag;
- d. de aanwezigheid van een beregeningsput in 9 klassen van € 0,– tot € 2.000,– met intervallen van € 250,–;
- e. schaduw- en wortelwerking in 2 klassen van € 3,– en € 5,– per meter.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met factor 2,31.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.