Bijlage 2q Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De subjectieve factoren, bedoeld in artikel 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 4.764,69 tot en met € 13.613,41 per hectare, met intervallen van € 680,67. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 4.764,69 tot en met € 13.613,41 per hectare, met intervallen van € 680,67. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling worden als volgt geschat:
- a. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 5 klassen van 0 tot en met 40 punten per ha met intervallen van 10 punten;
- b. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van hoogspanningsmasten op € 3.000,– per stuk;
- b. de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen, waarvoor een beperkt recht is gevestigd op € 1,– per m2 (vierkante meter);
- c. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- d. de aanwezigheid van drainage in klassen van € 0,– tot en met € 780,– per hectare met intervallen van € 130,–;
- e. de mate van vlakligging in klassen van € 0,– tot en met € 2.000,– per hectare, met intervallen van € 1.000,–;
- f. de aanwezigheid van een drinkwatervoorziening op € 500,– per voorziening;
- g. de aanwezigheid van obstakels van € 0,– tot en met € 2.000,– per geval met intervallen van € 100,–;
- h. de aanwezigheid van extreme onkruidverontreiniging of van een uitzonderlijk lage bemestingstoestand elk van € 0,– tot en met € 500,– per ha, met intervallen van € 100,–;
- i. de aanwezigheid van bodemziekten in extreme mate van € 0,– tot en met € 2.000,– per ha met intervallen van € 100,–;
- j. de aanwezigheid van een opslagplaats of bietendam op € 1.500,– per geval;
- k. de aanwezigheid van schaduw- en/of wortelschade van € 0,– tot en met € 5,– per strekkende meter, met intervallen van € 0,50;
- l. de aanwezigheid van andere dan agrarische waarden met een door deskundigen vast te stellen bedrag.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 1,65. Daarnaast wordt de schattingswaarde van over- en onderbedelingen ter zake van verpacht eigendom met de factor (1.00) vermenigvuldigd.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factoren, bedoeld in het eerste lid.