Bijlage 2p Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in 4 klassen van € 0,–, € 2.235,–, € 4.470,–, € 6.705,– en 14 klassen van € 7.152,– tot en met €12.963,– met intervallen van € 447,–. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in 4 klassen van € 0,–, € 2.235,–, € 4.470,–, € 6.705,– en 14 klassen van € 7.152,– tot en met € 12.963,– met intervallen van € 447,–. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. De afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg (of kennelijk openbare) weg in 3 klassen van 0, 10 en 15 punten per hectare;
- b. De afstand van de gebouwen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 8 klassen van 20 tot en met 240 punten per hectare per gebouw c.q. complex van gebouwen met intervallen van 20 of 40 punten;
- c. De waterhuishoudkundige toestand in 6 klassen van 0, 3, 4, 7, 10 en 13 punten per hectare;
- d. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 5 klassen van 0 punten tot en met 20 punten per hectare met intervallen van 5 punten;
- e. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van hoogspanningsmasten van het 150 kV-net op € 1.000,– per stuk en overspanningen op € 5,45 per strekkende meter zakelijk rechtstrook;
- b. de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen, waarvoor een beperkt recht is gevestigd, op € 0,85 per vierkante meter zakelijk rechtstrook;
- c. bij het opheffen van erfdienstbaarheden van € 5.000,– tot € 8.000,– per geval met intervallen van € 1.000,–. Bij het vestigen van erfdienstbaarheden van € 2.000,– tot € 16.000,– per geval met intervallen van € 2.000,–;
- d. andere dan agrarische waarden (artikel 23, tweede lid, van de regeling);
- e. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag.
- i. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 1,8.
- ii. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.