Bijlage 2mm Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 908,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 908,–. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 908,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 908,–. De verrekenposten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de regeling , worden als volgt geschat: 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met de factor 2,45. 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.
- a. De afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in twee klassen van respectievelijk 0 en 10 punten per hectare;
- b. De waterhuishoudkundige toestand van de kavels in drie klassen van respectievelijk 0, 8 en 16 punten per hectare;
- c. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in vijf klassen van 0 tot en met 40 punten per hectare met intervallen van 10 punten;
- d. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van hoogspanningsmasten op € 2.000,– per stuk;
- b. erfdienstbaarheden op € 250,– tot € 1.500,– per geval met intervallen van € 250,– of op € 10.000,– tot € 16.000,– per geval met intervallen van € 2.000,–;
- c. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- d. de andere dan agrarische waarden met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- e. de kwaliteit van het onderhoud en de bewerkbaarheid van percelen in 7 klassen van € 0.– tot en met € 3.000,– per hectare met intervallen van € 500,– per hectare.