Bijlage 2l Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 5.445,36 tot en met € 10.890,72 per hectare, met intervallen van € 544,54. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 5.445,36 tot en met € 10.890,72 per hectare, met intervallen van € 544,54. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. de afstand van gebouwen tot de dichtstbijzijnde openbare weg in 3 klassen van respectievelijk € 2.500,–, € 5.000,– en € 7.500,– per gebouw c.q. complex van gebouwen;
- b. de verkaveling omvattende ontsluiting, vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 6 klassen van 0 tot en met 5 punten per hectare met intervallen van 1 punt;
- c. de bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van herinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per bedrijf door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde herinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. erfdienstbaarheden van € 0,– tot € 10.000,– per geval met intervallen van € 5.000,–;
- b. onegaliteit van het maaiveld van € 0,– tot € 1.000,– met intervallen van € 500,–;
- c. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- d. schaduw- en wortelwerking van € 0,– tot € 20,– met intervallen van € 5,– per strekkende meter afhankelijk van de zwaarte en ligging van de houtopstanden;
- e. de verandering in lengte van zwetsloot met € 13,– per eenheden van 10 meter;
- f. andere dan agrarische waarde (artikel 23, tweede lid, van de regeling).
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 33, van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, te vermenigvuldigen met een factor 2,1.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.