Bijlage 2jj Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Veehouderijgebied Glastuinbouwgebied Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 907,– tot en met € 19.058,– per hectare, met intervallen van € 907,–. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 907,– tot en met € 19.058,– per hectare, met intervallen van € 907,–. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat: 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 49 van de Reconstructiewet Midden-Delfland, te vermenigvuldigen met een factor 2,63 voor eigendom en met een factor 1,97 voor verpachte grond. 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factoren, bedoeld in het eerste lid.
- a. De afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 2 klassen van respectievelijk 0 en 20 punten per hectare;
- b. De afstand van gebouwen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 4 klassen van respectievelijk 0, 500, 750 en 1000 punten per object;
- c. De waterhuishoudkundige toestand van de kavels in 2 klassen van respectievelijk 0 en 16 punten per hectare;
- d. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 4 klassen van 0 tot en 60 punten per hectare met intervallen van 20 punten;
- e. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van reconstructie in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde reconstructiewerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken;
- f. De hoofdontsluiting van het glastuinbouwgebied door aangelegde en verbeterde wegen in 2 klassen van respectievelijk 0 en 200 punten per hectare;
- g. De ontsluiting van de individuele bedrijven door verdichtingswegen in 3 klassen van respectievelijk 0, 100 en 200 punten per hectare;
- h. Gemeenschappelijke voorzieningen (waterberging en ruimte voor nutsvoorzieningen) ten behoeve van de ontwikkeling van het tuinbouwgebied in 2 klassen van 0 en 75 punten per hectare.
- a. het opheffen van erfdienstbaarheden op € 4.000,– en € 8.000,– per geval bij overpad over huis- of bedrijfskavel. Bij overpad over landbouwgrond in 2 klassen van respectievelijk € 500,– en € 1.000,– . Bij vestiging van een erfdienstbaarheid worden bovengenoemde bedragen vermenigvuldigd met een factor 3;
- b. de kwaliteit van het grasland en de maaiveldligging in 3 klassen (goed, matig en slecht) van respectievelijk € 800,–; € 400,– en € 0,–;
- c. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- d. andere dan agrarische waarden met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- e. kaden, gelegen bij een woonhuis in 3 klassen van respectievelijk € 200,–; € 50,– en € 10,– per vierkante meter.