Bijlage 2iii Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 27 van de Regeling herverkaveling
De subjectieve factoren, bedoeld in artikel 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 10.000,– tot en met € 40.000,– per hectare, met intervallen van € 1.000,–. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 10.000,– tot en met € 40.000,– per hectare, met intervallen van € 1.000,–. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. de verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 7 klassen van respectievelijk 0, 5, 10, 15, 20, 30 en 40 punten per hectare;
- b. de bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen, waarvoor een beperkt recht is gevestigd, op € 0,88 per m2 (vierkante meter);
- b. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- c. de aanwezigheid van drainage op basis van drainlengte en leeftijd variërend van € 0,– tot en met € 0,95 per strekkende meter;
- d. de aanwezigheid van obstakels van € 0,– tot en met € 2.000,– per geval met intervallen van € 250,–;
- e. de aanwezigheid van een uitzonderlijk lage bemestingstoestand van € 0,– tot en met € 500,– per hectare met intervallen van € 100,–;
- f. de aanwezigheid van schaduw- en/of wortelschade in 11 klassen van € 0,– tot en met € 5,– per strekkende meter met intervallen van € 0,50;
- g. de aanwezigheid van andere dan agrarische waarden met een door deskundigen vast te stellen bedrag.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 0,93. Voor de verrekening van over- en onderbedeling van eigendom waarop geregistreerde pacht rust, bedoeld in artikel 151 van de wet, wordt de waarde van de schatting vermenigvuldigd met een factor 0,65.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factoren, bedoeld in het eerste lid.