Bijlage 2h Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in twaalf klassen van € 7.714,26 tot en met € 12.705,85 per hectare, met intervallen van € 453,78. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in twaalf klassen van € 7.714,26 tot en met € 12.705,85 per hectare, met intervallen van € 453,78. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. De afstand van gebouwen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg voor bedrijfsgebouwen in vier klassen van 0, 6, 12 en 18 punten per gebouw of complex van gebouwen en voor woningen in vijf klassen van 0, 6, 12, 18 en 24 punten per woning;
- b. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 7 klassen van 0 tot en met 6 punten per hectare met intervallen van 1 punt;
- c. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per bedrijf door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingwerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van hoogspanningsmasten op € 1.270,– per stuk en overspanningen op € 11,– per strekkende meter zakelijk rechtstrook;
- b. erfdienstbaarheden van € 4.000,– tot € 8.000,– met intervallen van € 1.000,– per geval;
- c. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem, bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming, met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- d. andere dan agrarische waarden met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- e. puin en/of andere materialen in of op cultuurgronden van € 0,– tot € 10,– per vierkante meter met intervallen van € 5,–;
- f. onegaliteit van het maaiveld van € 0,– tot € 1.500,– per ha, in 3 klassen met intervallen van € 750,– voor het opheffen van begreppeling wordt € 750,– per ha verrekend;
- g. schaduw- en wortelschade voor normale beplanting van € 2,– tot € 8,– per strekkende meter, met intervallen van € 2,– en voor zware beplanting van € 8,– tot € 20,– per strekkende meter met intervallen van € 4,–.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 1,6.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.