Bijlage 2ee Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De subjectieve factoren, bedoeld in artikel 5, van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 4.538,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 908,–. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan, wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 4.538,– tot en met € 18.151,– per hectare, met intervallen van € 908,–. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 5 klassen van 0 tot en met 40 punten per hectare met intervallen van 10 punten;
- b. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van landinrichting in de subjectieve factoren geschiedt per eigendom (of per bedrijf) door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde landinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen, waarvoor een beperkt recht is gevestigd, op € 1,– per vierkante meter;
- b. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- c. de aanwezigheid van drainage in klassen van € 0,– en van € 91,– tot en met € 771,– per hectare met intervallen van € 136,–;
- d. de mate van vlakligging in klassen van € 0,– tot en met € 2.000,– per hectare, met intervallen van € 1.000,–;
- e. de aanwezigheid van een geschikte drinkwatervoorziening op € 500,– per voorziening;
- f. de aanwezigheid van obstakels van € 0,– tot en met € 2.000,– per geval met intervallen van € 100,–;
- g. de aanwezigheid van storende plekken van € 0,– tot en met € 4.000,– per plek, afhankelijk van aard en oppervlakte;
- h. de aanwezigheid van bodemziekten in extreme mate van € 0,– tot en met € 2.000,– per hectare met intervallen van € 100,–;
- i. de aanwezigheid van een verharde opslagplaats of een geschikte bietendam op € 1.500,– per geval;
- j. de aanwezigheid van schaduw- en/of wortelschade van € 0,– tot en met € 10,– per strekkende meter, met intervallen van € 1,–;
- k. de aanwezigheid van andere dan agrarische waarden met een door deskundigen vast te stellen bedrag.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 166 van de wet, te vermenigvuldigen met een factor 1,33. Voor de schattingswaarde van over- en onderbedelingen ter zake van verpacht eigendom wordt de factor 0,8 gehanteerd.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C, worden verrekend na vermenigvuldiging met de factoren, bedoeld in het eerste lid.
- 3. Bij de bepaling van het nut van de verkaveling wordt voor de inbrengsituatie bij kavelruilen, vanaf kavelruil Tholen no. 17, voorzover deze binnen en naar de ruilverkaveling Oud-Vossemeer voorafgaand aan het plan van toedeling, hebben plaatsgevonden, uitgegaan van de situatie als zou deze kavelruil niet hebben plaatsgevonden.