Bijlage 2e Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 6.580,– tot en met € 12.252,– per hectare, met intervallen van € 567,–. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 6.580,– tot en met € 12.252,– per hectare, met intervallen van € 567,–. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. De afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 5 klassen van respectievelijk, –1, 0, 1, 2 en 3 punten per hectare;
- b. De verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 5 klassen van 0 tot en met 20 punten per hectare met intervallen van 5 punten;
- c. De bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van herinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per bedrijf door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde herinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van hoogspanningsmasten op € 1.930,– per mast bij een basisoppervlakte van 10,75 meter × 10,75 meter en op € 2.870,– per mast bij een basisoppervlakte van 16 meter × 16 meter. Geen verrekening vindt plaats voor de Edon-lijn, die na het vaststaan van het plan van toedeling, doch voor de aktepassering is gesloopt;
- b. erfdienstbaarheden in 5 klassen van € 1.000,– tot en met € 5.000,– met intervallen van € 1.000,–;
- c. de aanwezigheid van verontreinigingen in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag;
- d. de aanwezigheid van puin zal worden verrekend met een maximum van € 1,50 per m2 (vierkante meter);
- e. schaduw- en wortelschade zal worden verrekend op basis van € 0,35 per m2 (vierkante meter) voor lichte beplanting en € 0,75 per m2 (vierkante meter) voor zware beplanting;
- f. de verandering in lengte van zwetsloten en -wijken met € 4,50 per eenheden van 1 meter.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 33 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, te vermenigvuldigen met een factor 1,2.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.