Bijlage 2ccc Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 25 van de Regeling Herverkaveling
De objectieve en subjectieve factoren, bedoeld in artikel 4 en 5 van de regeling, worden als volgt in punten gewaardeerd: Een verandering van de agrarische waarde, bedoeld in artikel 2 van de regeling, wordt bepaald op het verschil tussen de waarde bij de eerste schatting en de waarde bij de tweede schatting, waarbij laatstgenoemde waarde met inachtneming van het stelsel van classificatie wordt geschat in klassen van € 6.352,92 tot en met € 11.798,29 per hectare, met intervallen van € 544,53. De waarde van de onroerende zaken die een waardeverandering als bedoeld in artikel 3 van de regeling ondergaan wordt met inachtneming van het stelsel van classificatie geschat in klassen van € 6.352,92 tot en met € 11.798,29 per hectare, met intervallen van € 544,53. De verrekenposten, bedoeld in artikel 23, tweede lid, van de regeling, worden als volgt geschat:
- a. de afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 4 klassen van respectievelijk 0, 20, 40 en 60 punten per hectare;
- b. de afstand van bedrijfsgebouwen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 4 klassen van respectievelijk 50, 100, 150 en 200 punten per gebouw of complex van gebouwen;
- c. de afstand van woningen en/of woongedeelten van boerderijen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 4 klassen van respectievelijk 50, 100, 150 en 200 punten per woning of woongedeelte;
- d. de verkaveling omvattende vorm, grootte, aantal, afstand tot de gebouwen en mate van kavelconcentratie in 5 klassen van respectievelijk 0, 25, 50, 75 en 100 punten per hectare;
- e. de bepaling van de waardeveranderingen als gevolg van herinrichting in de objectieve en subjectieve factoren geschiedt per bedrijf door vergelijking van de toegedeelde kavels met de ingebrachte kavels. Bij de beoordeling van de ingebrachte kavels wordt de invloed van reeds uitgevoerde herinrichtingswerken geëlimineerd, behoudens die van kavelverbeteringswerken.
- a. de aanwezigheid van hoogspanningsmasten op € 2.500,– per stuk;
- b. erfdienstbaarheden op € 2.000,–, € 4000,– of € 6.000,– per geval;
- c. de aanwezigheid van verontreiniging in of op de bodem als bedoeld in artikel 1 van de Wet bodembescherming met een door deskundigen vast te stellen bedrag. Voor de verontreiniging in dempingen wordt bij iedere eigenaar met een toedeling in eigendom van meer dan 2 hectare een bedrag van € 10,50 per hectare in rekening gebracht;
- d. de aanwezigheid van puin of afval in cultuurgronden op € 0,40, € 0,80 of € 1,20 per vierkante meter;
- e. schaduw- en wortelschade op € 0,50 per vierkante meter voor lichte beplanting en € 0,75 per vierkante meter voor zware beplanting;
- f. andere dan agrarische waarde met een door een deskundige vast te stellen bedrag;
- g. de waarde van gebouwen, werken, beplantingen en houtopstanden met een door deskundigen vast te stellen bedrag.
- 1. Over- en onderbedeling worden verrekend, door de waarde van de schatting, bedoeld in artikel 33 van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en de Gronings-Drentse Veenkoloniën, te vermenigvuldigen met een factor 1,3.
- 2. De vastgestelde waardeveranderingen, bedoeld in de onderdelen B en C worden verrekend na vermenigvuldiging met de factor, bedoeld in het eerste lid.