Bijlage 1h Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 6 van de Regeling Herverkaveling
In het blok worden aangetroffen: In het blok worden de volgende gronden aangetroffen: Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de regeling worden de gronden als volgt geschat: De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:
- a. cultuurgronden in gebruik als bouwland, grasland, tuingrond, boomgaard en boomkwekerij;
- b. erven en tuinen;
- c. bosgronden, houtwallen, woeste gronden en onland;
- d. wegen;
- e. waterlopen, sloten en plassen;
- f. kaden;
- g. spoorwegen;
- h. recreatieterreinen;
- i. gebouwen, werken en beplantingen.
- a. zandgronden: minerale gronden zonder moerige bovengrond of moerige tussenlaag die tussen 0 en 80 centimeter beneden maaiveld voor meer dan de helft van hun dikte uit zand bestaan. De zandgronden in het blok worden in drie groepen onderscheiden:
- – podzolgronden: zandgronden met een duidelijke podzol-B-horizont onder de humushoudende bovengrond. In het blok worden veldpodzolgronden, laarpodzolgronden, haarpodzolgronden, moderpodzolgronden, loopodzolgronden en holtpodzolgronden aangetroffen;
- – eerdgronden: zandgronden zonder duidelijke podzol-B-horizont met een minerale eerdlaag en zandgronden met een donkere humushoudende bovengrond van meer dan 50 centimeter dikte. In het blok worden bruine enkeerdgronden, zwarte enkeerdgronden, gooreerdgronden en beekeerdgronden aangetroffen;
- – vaaggronden: zandgronden zonder duidelijke podzol B-horizont of minerale eerdlaag. In het blok worden vlakvaaggronden aangetroffen;
- b. moerige gronden: minerale gronden met een moerige bovengrond of een moerige tussenlaag die binnen 40 centimeter beneden maaiveld begint en 10 tot 40 centimeter dik is. In het blok worden moerpodzolgronden en broekeerdgronden aangetroffen;
- c. veengronden: gronden die tussen 0 en 80 centimeter beneden maaiveld een moerige laag hebben van ten minste 40 centimeter dik. In het blok worden koopveengronden, madeveengronden en meerveengronden aangetroffen;
- d. keileemgronden of oude kleigronden: gronden waar de keileem of oude klei binnen 40 centimeter beneden maaiveld begint en ten minste 40 centimeter dik is.
- a. cultuurgronden in klassen van 35.000 punten tot en met 44.000 punten per hectare, met intervallen van 1000 punten, zonder rekening te houden met de cultuurtoestand;
- b. erven en tuinen als aangrenzende grond;
- c. bosgronden, houtwallen, singels, woeste gronden en onland in klassen van 3000 punten tot en met 5000 punten per hectare, met intervallen van 1000 punten, met uitzondering van houtwallen en singels smaller dan 4 meter, welke worden geschat als aangrenzende grond;
- d. wegen, wanneer zij openbaar zijn of kennelijk als zodanig worden gebruikt, op 0 punten per hectare. De overige wegen worden als cultuurgrond of onland geschat, met dien verstande dat zandwegen 2 klassen lager dan aangrenzende cultuurgronden worden geschat en puinwegen op 3000 punten per hectare;
- e. waterlopen in beheer en onderhoud bij openbare lichamen alsmede plassen op 0 punten per hectare;
- f. particuliere sloten:
- – met een geringere bovenbreedte dan 4 meter als aangrenzende grond;
- – breder dan 4 meter voor de gehele breedte op 4000 punten per hectare;
- g. kaden op 7000 punten per hectare;
- h. spoorwegen en de daartoe behorende gronden op 0 punten per hectare, als cultuurland, of onland, afhankelijk van het gebruik;
- i. recreatieterreinen als aangrenzende grond.
- a. de afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 3 klassen van respectievelijk goed, matig en slecht;
- b. de afstand van gebouwen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 3 klassen van respectievelijk goed, matig en slecht.