Bijlage 1g Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 6 van de Regeling herverkaveling
In het blok worden aangetroffen: In het blok worden de volgende gronden aangetroffen: Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de Regeling worden de gronden als volgt geschat: De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:
- a. cultuurgronden in gebruik als bouwland, grasland, tuingrond, boomgaard en boomkwekerij;
- b. erven en tuinen;
- c. bosgronden, houtwallen, rietland, woeste gronden en onland;
- d. wegen;
- e. waterlopen, sloten, kolken en plassen;
- f. dijken en kaden;
- g. sport- en recreatieterreinen;
- h. gebouwen, werken en beplantingen;
- i. overige, namelijk terpen en kerkhoven.
- a. veengronden (48% van de oppervlakte), met name rond de Weerribben. Tot de veengronden worden die gronden gerekend die tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld voor meer dan 40 cm uit moerig materiaal (veen) bestaan.
- b. moerige gronden (2% van de oppervlakte), met name in de Polder het Bedijkte Rondebroek. Tot de moerige gronden worden in dit geval de gronden gerekend met een moerige tussenlaag (kleiner dan 40 cm dik), die is afgedekt door een zanddek.
- c. zeekleigronden (25% van de oppervlakte), met name langs de voormalige Zuiderzeedijk. Zeekleigronden zijn minerale gronden zonder moerige (venige) bovengrond of moerige tussenlaag of waarvan het niet-moerige deel tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld voor meer dan de helft van die dikte uit klei bestaat.
- d. kalkhoudende zandgronden (7% van de oppervlakte), met name bij Blokzijl, buitendijks, grenzend aan de Noordoostpolder. Kalkhoudende zandgronden zijn minerale gronden (kalkhoudend) zonder moerige (venige) bovengrond of moerige tussenlaag waarvan het niet-moerige deel tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld voor meer dan de helft van die dikte uit zand bestaat.
- e. Kalkloze zandgronden (11% van de oppervlakte), met name in Hagenbroek. Kalkloze zandgronden zijn minerale gronden (kalkloos) zonder moerige (venige) bovengrond of moerige tussenlaag waarvan het niet-moerige deel tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld voor meer dan de helft van die dikte uit zand bestaat.
- f. Keileemgronden (minder dan 1% van de oppervlakte) in Hagenbroek. Keileemgronden zijn minerale gronden met, binnen dit projectgebied, een matig dikke (30 tot 50 centimeter) minerale eerdlaag. Het betreft gronden waarbij de keileem ondieper dan 40 cm beneden maaiveld begint en tenminste 40 cm dik is.
- a. cultuurgronden ‘binnendijks’ in klassen van € 14.500,– tot en met € 28.000,– per ha, met intervallen van € 1.500,–, zonder rekening te houden met de cultuurtoestand; cultuurgronden ‘buitendijks, grenzend aan de Noordoostpolder’ in klassen van € 24.000,– tot en met € 34.000,– per ha, met intervallen van € 2.000,– zonder rekening te houden met de cultuurtoestand;
- b. erven en tuinen als aangrenzende grond;
- c. bosgronden, houtwallen, rietland, woeste gronden en onland in klassen van € 4.000,– tot en met € 10.000,– per ha met intervallen van € 1.500,–, met uitzondering van houtwallen smaller dan 3,0 meter, welke worden geschat als aangrenzende grond;
- d. wegen, wanneer zij openbaar zijn of kennelijk als zodanig worden gebruikt, op € 0,– per ha. De overige wegen worden als cultuurgrond of onland geschat;
- e. waterlopen in beheer en onderhoud bij openbare lichamen alsmede plassen en kolken op € 0,– per ha;
- f. particuliere sloten:
- – met een geringere bovenbreedte dan 5,0 meter als aangrenzende grond,
- – breder dan 5,0 meter voor de gehele breedte op € 0,– per hectare;
- g. dijken en kaden in klassen van € 0,– tot en met € 7.000,– per ha, met intervallen van € 1.000,– per ha;
- h. sport- en recreatieterreinen op € 10.000,– per ha;
- i. overige, namelijk terpen als aangrenzende grond en kerkhoven op € 10.000,– per ha.
- a. De afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in drie klassen van respectievelijk goed, matig en slecht;
- b. De afstand van gebouwen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in drie klassen van respectievelijk goed, matig en slecht;
- c. De waterhuishoudkundige toestand van de kavels in drie klassen van respectievelijk goed, matig en slecht.