Bijlage 1c Regeling herverkaveling: behorende bij artikel 6 van de Regeling herverkaveling
In het blok worden aangetroffen: In het blok worden de volgende gronden aangetroffen: Rekening houdend met het bepaalde in artikel 2 van de regeling worden de gronden als volgt geschat: De objectieve factoren, bedoeld in artikel 4 van de regeling, worden als volgt gewaardeerd:
- a. cultuurgronden in gebruik als grasland, bouwland, tuingrond, boomgaard en boomkwekerij;
- b. erven en tuinen;
- c. bosgronden, houtwallen, woeste gronden en onland;
- d. wegen;
- e. waterlopen, sloten en plassen;
- f. dijken en kaden;
- g. sport- en recreatieterreinen;
- h. gebouwen, werken en beplantingen;
- i. overige, namelijk Gasunie- en NAM-locaties en NAM-wegen.
- a. zandgronden: beslaan ongeveer 65% van de aanwezige cultuurgronden. Zandgronden zijn minerale gronden die tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld voor meer dan de helft van hun dikte uit zand bestaan. Ze bevatten geen moerige bovengrond of tussenlaag.
- b. moerige gronden: beslaan ongeveer 25% van de aanwezige cultuurgronden. Moerige gronden zijn gronden met een moerige (venige) bovengrond of een moerige tussenlaag die binnen 40 cm beneden maaiveld begint en 10 tot 40 cm dik is.
- c. veengronden: beslaan ongeveer 10% van de aanwezige cultuurgronden. Veengronden zijn gronden die tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld voor meer dan de helft van hun dikte uit moerig materiaal bestaan.
- d. oude kleigronden (keileemgronden): beslaan nog geen 1% van de aanwezige cultuurgronden. Deze keileemgronden zijn nog voor het Holoceen ontstaan. Keileemgronden zijn gronden die tussen 0 en 80 cm beneden maaiveld voor meer dan de helft van hun dikte uit keileem bestaan.
- a. cultuurgronden in klassen van € 13.000,– tot € 21.000,– per ha, met intervallen van € 1.000,–, zonder rekening te houden met de cultuurtoestand;
- b. erven en tuinen als aangrenzende grond;
- c. bosgronden, houtwallen, woeste gronden en onland op € 3.000,– per ha, met uitzondering van houtwallen smaller dan 1,5 meter, welke worden geschat als aangrenzende grond;
- d. wegen, wanneer zij openbaar zijn of kennelijk als zodanig worden gebruikt, op € 0,– per ha. De overige wegen worden als cultuurgrond of onland geschat.
- e. waterlopen in beheer en onderhoud bij openbare lichamen alsmede plassen op € 0,– per ha;
- f. particuliere sloten
- – met een geringere bovenbreedte dan 12,0 meter als aangrenzende grond,
- – breder dan 12,0 meter voor de gehele breedte op € 0,– per hectare;
- g. dijken en kaden als cultuurgrond of onland;
- h. sport- en recreatieterreinen als aangrenzende grond;
- i. overige, namelijk Gasunie- en NAM-locaties en NAM-wegen op € 0,– per hectare.
- a. De afstand van de kavels tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 3 klassen van respectievelijk goed, matig en slecht;
- b. De afstand van gebouwen tot de dichtstbijzijnde openbare verharde weg in 3 klassen van respectievelijk goed, matig en slecht;
- c. De waterhuishoudkundige toestand van de kavels in 3 klassen van respectievelijk goed, matig en slecht.