Art. 15 Regeling herverkaveling, Uitruilbaarheid
Niet uitruilbaar zijn:
a. gronden met een uitzonderlijk slechte cultuurtoestand, gronden met een zeer ongelijke vlakligging, natuurterreinen, die niet als cultuurgrond in gebruik zijn, en te diep ontgronde percelen;
b. gronden waarop zich sport- of recreatieterreinen bevinden;
c. gronden waarop zich spoorwegen bevinden;
d. gronden met een houtopstand die groter is dan 10 are of waarvoor een herbeplantingsplicht als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming geldt;
e. boomgaarden en andere gronden met meerjarige gewassen.