Bijlage 1 Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd: format Projectplan
Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd
Dit format is een hulpmiddel voor landelijke vrijwilligersorganisaties bij het formuleren en opstellen van een projectplan voor de subsidiejaren 2004, 2005 en 2006. De toetsingscriteria uit de Subsidieregeling welzijnsbeleid, het Bekostigingsbesluit en de Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd zijn hierin verwerkt. Het format geeft met 8 stappen aan welke gegevens een landelijke vrijwilligersorganisatie minimaal moet verstrekken voor de beoordeling van een projectplan. Bij een aantal onderdelen is aangegeven waar deze corresponderen met de beoordelingscriteria zoals die in de regeling zijn opgenomen. Een volledig ingevuld en ondertekend projectplan moet u met de bijlage(n) in tweevoud vóór 16 juli 2004 zenden aan: Vermeld op het projectplan de volgende (correspondentie)gegevens: Geef aan wat de aanleiding is voor het project door een korte beschrijving van: Beschrijf hier: Omschrijf voorts: Omschrijf voorts zo expliciet mogelijk: Vermeld: Beschrijf: Beschrijf en motiveer het exacte tijdpad, gekoppeld aan de volgende fasen van de activiteiten: De evaluatie dient onderdeel te zijn van de verantwoording van het project. Nadruk dient gelegd te worden op de kwalitatieve en kwantitatieve resultaten van het project. Let hierbij op: Geef voorts aan: Om inzicht te geven in de baten en lasten van het project, geeft u in ieder geval aan:
- • naam landelijke vrijwilligersorganisatie (in geval van een samenwerkingsverband met andere organisaties en/of instellingen betreft het de naam van de landelijke vrijwilligersorganisatie die als hoofdaannemer optreedt);
- • adres;
- • postcode;
- • vestigingsplaats;
- • telefoonnummer;
- • faxnummer;
- • e-mail adres;
- • naam contactpersoon;
- • objectnummer (indien bekend);
- • bank- of gironummer;
- • een afschrift van de oprichtingsakte of de statuten, voorzover deze gegevens nog niet bekend zijn bij het ministerie van VWS.
- • de beginsituatie, waarin ofwel wordt ingegaan op de manier waarop de ondersteuning aan vrijwilligers op dit moment plaatsvindt, ofwel het aantal vrijwilligers (volwassenen of jeugdigen) dat de organisatie op het moment van aanvragen heeft;
- • probleemstelling;
- • de redenen waarom uw organisatie gekozen heeft voor dit project.
- • de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft;
- • binnen welke van de twee doelstellingen van de Stimuleringsregeling vrijwilligerswerk voor en door jeugd het project past (artikel 2 van de Stimuleringsregeling);
- • waarom u gekozen heeft voor doelstelling a of b.
- • de werkzaamheden van de organisatie en de rol die vrijwilligers daarin vervullen;
- • de wijze waarop het project inspeelt op een daadwerkelijke behoefte van vrijwilligers om optimaal te functioneren of te gaan functioneren binnen een vrijwilligersorganisatie; vooraf en tijdens het project (criterium artikel 4, onderdeel a. van de Stimuleringsregeling);
- • de doelstelling van het project, waaruit duidelijk blijkt:
- – op welke manier het project niet alleen voor de eigen organisatie, maar ook voor andere landelijke vrijwilligersorganisaties een toegevoegde waarde heeft (criterium artikel 4, onderdeel b. van de Stimuleringsregeling);
- – dat het project op landelijke schaal wordt uitgevoerd dan wel dat de mogelijkheden voor landelijke implementatie van het project en de wijze waarop dat gebeurt nadrukkelijk aanwezig zijn;
- – op welke wijze het project de ondersteuning van het vrijwillig kader bevordert (indien van toepassing) (criterium artikel 7, onderdeel e. van de Stimuleringsregeling)
- • de doelgroep van het project (kenmerken, omvang) (criterium artikel 7, onderdeel a. van de Stimuleringsregeling);
- • de effectgroep, d.w.z. de groep waarop het beoogde effect gericht is (kenmerken, omvang) (criterium artikel 7, onderdeel a. van de Stimuleringsregeling);
- • het beoogde projectresultaat, door aan te geven wat ‘fysiek’ wordt opgeleverd (bijvoorbeeld een methode, een analyse) en door aantallen te noemen, te specificeren naar aantal vrijwilligers, aantal leden en aantal medewerkers voor de aanvang van het project en na afloop ervan, en hoe het projectresultaat aangetoond zal gaan worden (o.a. criterium artikel 7, onderdeel d. van de Stimuleringsregeling);
- • het beoogde maatschappelijk effect, d.w.z. welk effect (welke daadwerkelijke verandering) het project teweeg moet brengen en hoe het maatschappelijk effect aangetoond zal worden. Hierbij valt te denken aan de vraag op welke wijze de ontwikkelde strategie wordt ingebed in de eigen organisatie of andere organisaties;
- • op welke manier het vrijwilligerswerk duurzaam wordt versterkt (criterium artikel 4, onderdeel c. van de Stimuleringsregeling);
- • de aanpak (methode) waarmee u het doel wilt bereiken (o.a. criterium artikel 4, onderdeel b. van de Stimuleringsregeling en criterium artikel 7, onderdeel c. van de Stimuleringsregeling);
- • de factoren die cruciaal zijn voor de realisering van het project en de daarbij verwachte risico’s;
- • de aard en omvang van de werkzaamheden.
- • wat de betrokkenheid van de vrijwilliger is bij de uitvoering van het project;
- • indien er sprake is van een samenwerkingsverband (criterium artikel 7, onderdeel b. van de Stimuleringsregeling):
- – welke organisatie in het samenwerkingsverband optreedt als ‘hoofdaannemer’
- – welke rol de andere organisaties of instellingen spelen
- – hoe de samenwerkingsrelaties zijn geregeld;
- • wie optreedt als projectleider;
- • wie de uitvoerders zijn;
- • op welke wijze de systematische bewaking van de kwaliteit van het werk plaats vindt;
- • welke maatregelen en onderzoek u treft naar de beheersing en verbetering van het werk.
- • indien van toepassing, de aard en mate van afhankelijkheid tussen het beschreven project en andere door u ingediende projecten, al dan niet in samenwerkingsverband.
- • voorbereidingsfase;
- • realisatiefase;
- • nazorgfase.
- • vergelijking met de beginsituatie; zie stap 2 van het format;
- • omschreven gewenste resultaat en maatschappelijk effect van het project en de wijze van verantwoording; zie stap 3 van het format.
- • op welke wijze de evaluatie zal worden verricht;
- • op welk(e) tijdstip(pen) wordt geëvalueerd;
- • door wie of door welke organisatie de evaluatie wordt gedaan.
- • de kosten van het project in euro’s, met een postgewijze toelichting;
- • de baten van het project in euro’s, met een postgewijze toelichting waaronder de stand van zaken van de cofinanciering;
- • de liquiditeitsprognose indien de liquiditeitsbehoefte niet regelmatig gespreid is over de duur van het project;
- • een juist, volledig en actueel overzicht van de financiële toestand van de organisatie op het tijdstip van de aanvraag.