Art. 1 Verordening huishoudelijke heffing vleesindustrie (PVV) 2004

Verordening huishoudelijke heffing vleesindustrie (PVV) 2004

In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

onderneming

:

1° slachterij, uitsnijderij of voorverpakker met een erkende inrichting als bedoeld in artikel 10 van Richtlijn 64/433/EEG van de Raad d.d. 26 juni 1964 inzake gezondheidsvraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in vers vlees (Pb EG L121 );

2° inleenbedrijf, als bedoeld in artikel 1b, tweede lid, van de CAO Vleessector, dat diensten levert ten behoeve van de onder 1°0 bedoelde ondernemingen op het terrein van be- of verwerking van vlees;

b.

ondernemer

:

Een natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming in stand houdt;

c.

werknemer

:

1° een ieder die werkzaam is in een onderneming als bedoeld in sub a, onder 1°, waaronder begrepen

- een ieder die een arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan met de ondernemer die de onderneming in stand houdt;

- alsmede diegene die als zelfstandige zonder personeel of als uitzendkracht werkzaam is in de onderneming;

2° een ieder die als inleenkracht werkzaamheden verricht in een onderneming als bedoeld onder 1 sub a onder 1° en een arbeidsovereenkomst in de zin van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan met een ondernemer die een inleenbedrijf in stand houdt;

d.

f.t.e.

:

Fulltime-equivalent van de werknemer waarbij de fulltime-equivalent gemiddeld 36 uur per week bedraagt