Bijlage 2 Regeling diverse subsidieplafonds en aanvraagperioden LNV: , behorende bij artikel 9c
Regeling diverse subsidieplafonds en aanvraagperioden LNV
1.1. Voor de verdeling van financiële middelen in het kader van het provinciaal programma van het plattelandsontwikkelingsprogramma (hierna: POP) in Drenthe, Fryslân en Groningen wordt uitgegaan van evenredigheid in de verdeling over de drie provincies, dat wil zeggen dat bij de prioritering wordt gestreefd naar een zoveel mogelijk gelijke verdeling van het totale POP-budget over de drie provincies. Dit uitgangspunt wordt doelmatig toegepast met het oog op een adequate verdeling van POP-gelden. 1.2. Projecten die op grond van bijlage I van het POP (maatregelen van de rijksoverheid) in aanmerking kunnen komen voor subsidie, zullen niet in de programmering van het provinciaal programma worden opgenomen. Projecten moeten in overeenstemming zijn met: 2.1. Kompas voor het Noorden [het Ruimtelijk-economisch ontwikkelingsprogramma Noord-Nederland 2000 t/m 2006 van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland (SNN)] zoals vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Drenthe, Fryslân en Groningen op 9 februari 2000), dat wil zeggen dat het project moet passen binnen de maatregelen van Kompas voor het Noorden en moet bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen daarvan; 2.2. Provinciaal beleid, zoals bijvoorbeeld neergelegd in een provinciaal omgevingsplan. 2.3. Projecten moeten uiterlijk 1 mei 2006 gerealiseerd zijn en uiterlijk 1 augustus 2006 moet een eindafrekening met een goedkeurende accountantsverklaring m.b.t. het project overlegd worden. 2.4. De totale financiering van het hele project dient te zijn zeker gesteld. 2.5. Het project moet ‘obstakelvrij’ zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan. 3.1. Prioritering: Is er voor één of meer maatregelen sprake van overschrijding van het budget dan vindt daarvoor prioritering per maatregel plaats. Dit houdt onderlinge vergelijking van de projecten in. Aan de hand daarvan wordt een rangorde vastgesteld. Richtinggevend daarvoor is: 3.1.1. Kompas voor het Noo
- • de mate waarin een project een directe bijdrage levert aan de ruimtelijk-economische structuur in de provincie of nader te benoemen prioritaire gebieden, deel uitmaakt van gebiedsprogramma etc.;
- • de mate waarin het projectvoorstel in relatie staat tot andere activiteiten waaraan vanuit het provinciaal plattelandsbeleid wordt bijgedragen;
- • projecten met meer draagvlak in de regio hebben voorkeur;
- • projecten die voortbouwen op eerdere activiteiten en/of een versterking betekenen van andere beleidsdoelen, synergie hebben met andere projecten, genieten voorkeur;
- • de mate waarin sprake is van samenwerking tussen overheden, bedrijven en/of instellingen.
- • het project heeft een voldoende mate van kosteneffectiviteit;
- • mate waarin project leidt tot substantiële private investeringen en/of werkgelegenheid;
- • het maatschappelijk en/of ecologisch en economisch rendement;
- • bijdrage van project aan natuur- en milieubescherming, economische en sociale aspecten, zoals werk en inkomen.
- • Projecten moeten in overeenstemming zijn met het vastgestelde provinciale beleid alsmede met het relevante beleid van een gemeente en/of waterschap.
- • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn.
- • Het project dient bij aanvang te beschikkingen over de benodigde vergunningen.
- • Het project dient ten minste 5 jaar na realisatie nog als zodanig gebruikt te worden.
- • Het project dient binnen de POP-uitvoerinsperiode (uiterlijk 1 mei 2006) uitgevoerd te worden.
- • Het project mag niet voorzien in: het saneren van problemen uit het verleden, enkel onderzoek en/of landbouwpromotie en/of bestrijding dierziektes.
- • bijdraagt aan de doelen, zoals die zijn omschreven in de hoofdstukken 4 en 5 van het POP;
- • past binnen het vastgestelde beleid;
- • bijdraagt aan de verbetering van de sociaal economische structuur van het platteland;
- • bijdraagt aan de bevordering van de gelijkheid van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt;
- • bijdraagt aan het duurzaam bevorderen van de milieukwaliteit (inclusief omgevingskwaliteit/natuur/landschap), met name ten aanzien van: de ontwikkeling van milieutechnologie, het voorkomen, compenseren of het verminderen van de negatieve gevolgen van economische investeringen, ontwikkeling of herstel van natuur en landschap (omgevingskwaliteit);
- • additioneel (de mate waarin het project dankzij een eventuele POP-subsidie eerder of beter door kan gaan) en/of innovatief is;
- • kosteneffectief is (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid));
- • draagvlak heeft in het gebied en/of gedragen wordt door relevante regionale en lokale partijen;
- • samenhang en/of synergie heeft met andere projecten;
- • vraaggericht is (de mate waarin het project inspeelt op een marktbehoefte en/of maatschappelijke behoefte);
- • voorziet in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager;
- • gericht is op uitvoering (uitvoeringsprojecten hebben voorkeur boven onderzoeks- of procesmatige projecten), en
- • voorziet in samenwerking tussen overheden, bedrijven en/of instellingen.
- • het integrale karakter van het projectvoorstel;
- • de geografische ligging van het projectvoorstel binnen een prioritair gebied;
- • de mate waarin het project leidt tot substantiële private investeringen en/of werkgelegenheid;
- • de mate van spreiding van de Europese middelen over de provincie, en
- • het afbreukrisico.
- – de totale subsidiabele kosten dienen minimaal € 50.000 excl. BTW te bedragen;
- – prioritering kan mede worden bepaald aan de hand van de administratieve kwaliteit van de eindbegunstigde.
- • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn.
- • Het project moet ‘obstakelvrij’ zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan en de vereiste medewerking van grondeigenaren is verkregen.
- • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.
- • Het project heeft een voldoende mate van kosteneffectiviteit (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid)).
- • De communautaire POP-bijdrage bedraagt bij voorkeur minimaal € 50.000,–, voor projecten onder maatregel C ‘opleidingen’ geldt echter geen ondergrens.
- • Het project mag niet betrekking hebben op grootschalige (water)bodemsanering.
- • Projecten moeten in overeenstemming zijn met het vastgestelde provinciale beleid (Ruraal Ontwikkelingsplan Noord-Holland (ROP-NH), vastgesteld op 10 april 2001 door Gedeputeerde Staten van Noord-Holland).
- • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn.
- • Het project dient bij aanvang te beschikkingen over de benodigde vergunningen.
- • Het project dient ten minste 5 jaar na realisatie nog als zodanig gebruikt worden.
- • Het project dient binnen de POP-uitvoeringsperiode (uiterlijk 1 mei 2006) uitgevoerd te worden.
- • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.
- • Het project moet gericht zijn op de uitvoering.
- • past binnen het vastgestelde provinciaal beleid (met name paragraaf 3.4 en 4.3 van ROP-NH);
- • maatschappelijk effecten heeft;
- • direct (probleemgericht) dan wel structureel (continuïteit) effect heeft;
- • bijdraagt aan een gebiedsgerichte aanpak;
- • voorziet in samenwerking tussen overheden, bedrijven en/of instellingen;
- • kosteneffectief is (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid));
- • aanspraak maakt op de communautaire POP-bijdrage; de bijdrage dient bij voorkeur groter dan € 45.000,– te zijn;
- • een integraal karakter heeft;
- • draagvlak heeft in het gebied en/of gedragen wordt door relevante regionale en lokale partijen, en
- • voorziet in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager.
- • Het project moet voldoen aan de eisen betreffende de minimale omvang. Voor maatregel C ‘opleiding’ dienen de subsidiabele kosten minimaal € 20 000,– te bedragen en voor de overige maatregelen bedragen de subsidiabele kosten minimaal € 50 000,–.
- • Het project moet uitvoeringsgericht zijn.
- • Het project moet binnen twee maanden na de subsidieverlening gestart zijn en uiterlijk 1 mei 2006 zijn afgerond.
- • Het project moet in overeenstemming zijn met provinciaal, gemeentelijk en waterschapsbeleid.
- • Het project moet realistisch en uitvoerbaar zijn.
- • Het project moet ‘obstakelvrij’ zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan en de vereiste medewerking van grondeigenaren is verkregen.
- • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.
- • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn middels schriftelijke verklaringen.
- • Het project heeft een voldoende mate van kosteneffectiviteit (de verhouding POP-bijdrage ten opzichte van de totale financiering en het rendement van de investeringen (doelmatigheid)).
- • bijdraagt aan de doelen, zoals die zijn omschreven in de hoofdstukken 4 en 5 van het POP;
- • additioneel (de mate waarin het project dankzij een eventuele POP-subsidie eerder of beter wordt uitgevoerd) en/of innovatief is;
- • voorziet in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager/belanghebbende;
- • een extra bijdrage levert aan de sociaal-economische participatie van vrouwen en jongeren, en
- • een extra bijdrage levert aan de milieukwaliteit, het landschap of de biodiversiteit in het landelijk gebied.
- • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn.
- • Het project moet ‘obstakelvrij’ zijn, dat wil zeggen dat voor de uitvoering van het project geen juridische of planologische belemmeringen bestaan.
- • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.
- • Er is zicht op continuïteit van het project na de subsidievaststelling.
- • Het project is uitvoeringsgereed en dient uiterlijk 1 mei 2006 afgerond te zijn.
- • Het project mag niet voorzien in enkel onderzoek en/of landbouw-promotie en/of bestrijding dierziektes.
- • Het project moet passen binnen de doelstellingen van Vitaal Platteland Zeeland, vastgesteld door Gedeputeerde Staten van Zeeland op 26 mei 1998, en de onderstaande criteria uit het uitvoeringsprogramma van Vitaal Platteland Zeeland, vastgesteld door Provinciale Staten van Zeeland op 28 april 2000:
- – de betekenis van het project wat betreft het realiseren van de doelstellingen van Vitaal Platteland Zeeland;
- – de doelgerichtheid van het projectvoorstel in termen van verwachte effecten, zo mogelijk aan te duiden in kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren;
- – doelmatigheid van het projectvoorstel;
- – de mate van integraliteit van het projectvoorstel;
- – de mate van samenwerking tussen overheden, bedrijven en instellingen;
- – de mate waarin sprake is van innovatie, en
- – de mate, waarin wordt voorzien in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager.
- • Het project moet voldoen aan de eisen betreffende de minimale omvang. Voor maatregel C ‘opleiding’ dienen de subsidiabele kosten minimaal € 20.000,– te bedragen en voor de overige maatregelen bedragen de subsidiabele kosten minimaal € 50.000,–.
- • Het project moet uitvoeringsgericht zijn.
- • Het project moet binnen twee maanden na de subsidieverlening gestart zijn en uiterlijk 1 mei 2006 afgerond.
- • Het project moet in overeenstemming zijn met provinciaal beleid.
- • Het project moet realistisch en uitvoerbaar zijn.
- • Het project moet obstakelvrij zijn wat betreft benodigde vergunningen en vereiste medewerking van grondeigenaren.
- • Het project moet aanvullend zijn ten opzichte van reguliere taken en wettelijke verplichtingen.
- • De totale financiering van het project moet gegarandeerd zijn middels schriftelijke verklaringen.
- • bijdraagt aan de doelen, zoals die zijn omschreven in de hoofdstukken 4 en 5 van het POP;
- • additioneel (de mate waarin het project dankzij een eventuele POP-subsidie eerder of beter door kan gaan) en/of innovatief is;
- • efficiënt is (een gunstige verhouding tussen kosten en de te verwachten resultaten);
- • voorziet in een eigen financiële bijdrage van de aanvrager/belanghebbende;
- • een extra bijdrage levert aan de sociaal-economische participatie van vrouwen en jongeren, en
- • een extra bijdrage levert aan de milieukwaliteit, het landschap of de biodiversiteit in het landelijk gebied.