Art. 4 Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2004

Besluit mandaat, volmacht en machtiging Directoraat-Generaal Rijksvoorlichtingsdienst 2004

1. De plaatsvervangend directeur-generaal maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:

a. bij afwezigheid van de directeur-generaal;

b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal zijn toevertrouwd.

2. De directeur Rijksvoorlichtingsdienst maakt van de aan hem verleende bevoegdheden uitsluitend gebruik:

a. bij afwezigheid van de directeur-generaal en de plaatsvervangend directeur-generaal;

b. in andere gevallen voor zover het aangelegenheden betreft die aan hem door de directeur-generaal of de plaatsvervangend directeur-generaal zijn toevertrouwd.