Art. 1 Regeling hoe om te gaan met signalen inzake misstanden en overige integriteitsinbreuken, Algemene bepalingen

Regeling hoe om te gaan met signalen inzake misstanden en overige integriteitsinbreuken

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de minister: de Minister van Financiën;

b. het ministerie: het Ministerie van Financiën, met uitzondering van de Belastingdienst;

c. medewerker: degene die al dan niet als ambtenaar in de zin van het ARAR werkzaam is bij het ministerie;

d. hoofd van dienst: het hoofd van een directie c.q. een directoraat-generaal;

e. de adviseur integriteit: de door de secretaris-generaal aangewezen adviseur bedoeld in artikel 2;

f. de vertrouwenspersoon integriteit: de door de secretaris-generaal aangewezen vertrouwenspersoon bedoeld in artikel 10;

g. integriteit: de situatie waarin het handelen van het ministerie en zijn medewerkers gekenmerkt wordt door onkreukbaarheid en betrouwbaarheid;

h. integriteitsinbreuken: gedragingen, handelingen of uitingen die in strijd zijn met wet- en regelgeving of conventies op het gebied van integriteit; hiertoe behoren:

– misstanden als bedoeld onder letter i;

– overige inbreuken als bedoeld onder letter j;

i. een vermoeden van een misstand: een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden omtrent:

– een ernstig strafbaar feit;

– een grove schending van regelgeving of beleidsregels;

– het misleiden van justitie;

– een groot gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu, of

– het bewust achterhouden van informatie over deze feiten;

j. overige integriteitsinbreuken: andere inbreuken dan de onder letter i bedoelde misstanden; hiertoe behoren in elk geval:

– het lekken van vertrouwelijke informatie;

– oneigenlijk gebruik van bedrijfsmiddelen;

– misbruik van buitengewoon verlof;

– andere gevallen die door medewerkers als integriteitsinbreuken worden ervaren, met uitzondering van ongewenste omgangsvormen;

k. de Commissie integriteit rijksoverheid: de commissie als beschreven in hoofdstuk 3 van de Regeling procedure inzake het omgaan met het vermoeden van een misstand, die is genoemd in de considerans.

l. bijzonder onderzoek: een onderzoek naar aanleiding van een signalering van een integriteitsinbreuk waarbij specialistische onderzoekskennis en -vaardigheden benodigd zijn.