Art. 33 OLW, Voortgezette vrijheidsbeneming en feitelijke overlevering
Een krachtens artikel 27 bevolen vrijheidsbeneming wordt – behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde – beëindigd zodra:
a. zulks door de rechtbank of door de officier van justitie, ambtshalve of op verzoek van de opgeëiste persoon of diens raadsman, wordt gelast;
b. zij sedert de dag van de uitspraak tien dagen heeft geduurd, tenzij de rechtbank, op vordering van de officier van justitie, de vrijheidsbeneming inmiddels heeft verlengd overeenkomstig artikel 34.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Rb. Amsterdam 25 november 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:5778
- Rb. Amsterdam 17 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6372
- Rb. Amsterdam 7 juni 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4347
- Rb. Amsterdam 12 februari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:880
- Rb. Amsterdam 24 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:646
- Rb. Amsterdam 15 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:492
- Rb. Amsterdam 21 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2141
- Rb. Amsterdam 21 maart 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:2140
- Rb. Amsterdam 25 oktober 2024, ECLI:NL:RBAMS:2024:6520
- Rb. Amsterdam 29 maart 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:2556
- Rb. Amsterdam 12 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:2579
- Rb. Amsterdam 10 december 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:9710
- Rb. Amsterdam 11 januari 2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ0591
- Rb. Amsterdam 30 november 2007, ECLI:NL:RBAMS:2007:BD3339