Bijlage 2 Thema’s centraal examen klassieke taal en letterkunde 2006

Thema’s centraal examen klassieke taal en letterkunde 2006

Kernauteur: Livius Genre: geschiedschrijving Titel: Eeuwige haat: Rome en Carthago Teksteditie: OCT Conway-Walters (21 - 25) 1929; Conway-Johnson (26 - 30) 1964 ; Mc Donald (31 - 35) 1965; Walsh (36 - 40) 1999 In de strijd om de hegemonie over het gebied rond het westelijk deel van de Middellandse Zee raakten Rome en Carthago in de derde eeuw v. Chr. met elkaar in conflict. In drie grote oorlogen werd Carthago verslagen. De haat tussen de twee volkeren was zo groot geworden (getuige de uitdrukking Punica fides en het spreekwoordelijke cete-rum censeo van Cato), dat uiteindelijk in 146 v. Chr. de stad Carthago geheel met de grond gelijk gemaakt werd door de Romeinse overwinnaars. In dit pensum wordt de levensloop gevolgd van de beide hoofdpersonen van de Tweede Punische oorlog, Hannibal en Scipio Africanus. Zij kunnen beschouwd worden als verpersoonlijking van de wederzijdse haat. Bovendien worden enige voorbeelden gegeven die het onderlinge wantrouwen illustreren en een licht werpen op het gedrag van volkeren in de oudheid die met elkaar in oorlog zijn. (De met een asterisk gemarkeerde passages worden in vertaling gelezen) 21.1.1-4 De meest gedenkwaardige oorlog aller tijden. Nooit is met zoveel inzet gestreden als in de Tweede Punische oorlog . De eed van de jonge Hannibal. 21.1.5-2.2 Na de Eerste Punische Oorlog waren Sicilië en Sardinië in Romeinse handen gevallen. Hamilcar kon zich niet kon neerleggen bij dit verlies, maar alleen een vroegtijdige dood heeft hem weerhouden van een aanval op Rome. *21.18 De Romeinse delegatie in Carthago en het begin van de Tweede Punische Oorlog. *21.27-32.5 De oversteek over de Rhône en de tocht naar de voet van de Alpen. Bemoedigende woorden van Hannibal voor zijn manschappen. De Romeinen komen te laat. 21.32.6-21.37 De Alpen bedwongen. *21.32.6-21.34 De Alpen zien er dreigend uit. De bergbewoners vallen aan, maar worden verjaagd. Hannibal wordt bijna in een hinderlaag gelokt. 21.35.1-12 De besneeuwde Alpenpas wordt bereikt. *2