Art. 3 Buitengewoon opsporingsambtenaar van de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer van de gemeente Amsterdam 2004

Buitengewoon opsporingsambtenaar van de Dienst Infrastructuur Verkeer en Vervoer van de gemeente Amsterdam 2004

1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot de opsporing van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

a. de Wegenverkeerswet 1994;

b. de artikelen 184, 350, 424, 426, 435, onder ten vierde, en 453 van het Wetboek van Strafrecht;

c. Verordeningen en/of Keuren zover betrokkene daarvoor door het bevoegd bestuursorgaan is aangewezen.

2. De opsporingsbevoegdheid geldt voor het grondgebied van de gemeente Amsterdam.