Art. 2 Regeling sociaal-ethische projecten 2004

Regeling sociaal-ethische projecten 2004

1. Een verklaring wordt slechts afgegeven voor projecten die naar het oordeel van de ministers:

a. in hoge mate in het belang zijn van:

– de voedselzekerheid en voedselverbetering in een ontwikkelingsland;

– de sociale en culturele ontwikkeling in een ontwikkelingsland of

– de economische ontwikkeling, werkgelegenheid en regionale ontwikkeling in een ontwikkelingsland;

b. geen negatieve effecten hebben op het milieu, waaronder begrepen grondstofgebruik en natuur, in de desbetreffende regio of elders;

c. geen negatieve effecten hebben op de sociale omstandigheden, waaronder begrepen de positie van vrouwen en de armoede situatie, in de desbetreffende regio of elders;

d. met participatie van de lokale bevolking tot stand komen en de sociaal-economische situatie van de armen verbeteren;

e. worden uitgevoerd en instandgehouden met behulp van voldoende lokale kennis of op korte termijn beschikken over voldoende lokale kennis;

f. lokaal een demonstratiekarakter hebben en aldaar navolging kunnen vinden;

g. tot stand komen in een omgeving waarin bestaande formele financieringskanalen geen of nauwelijks toegang tot kredietverlening bieden; en

h. in overeenstemming zijn met het Nederlandse buitenlandse en ontwikkelingsbeleid.

2. Onverminderd het eerste lid kan voorts een verklaring worden afgegeven voor projecten in ontwikkelingslanden op het gebied van:

a. krediet aan financiële instellingen voor het micro- en kleinbedrijf. Het betreft de specifieke dienstverlening aan het micro- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden waarbij de door de financiële instelling verstrekte financiering aan de eindbegunstigde niet groter is dan € 24.957 per begunstigde;

b. krediet aan coöperaties. Dit betreft coöperaties in ontwikkelingslanden waarbij de kapitaalinbreng per lid maximaal € 24.957 betreft. Het eigen vermogen of risico dragend vermogen is geheel door de leden bijeen gebracht. De coöperatie staat geregistreerd bij de Kamer van Koophandel/Register voor Coöperaties in het land waar de coöperatie actief is;

c. krediet ten behoeve van landbouwprojecten in ontwikkelingslanden die als biologisch zijn gecertificeerd op basis van EU bepalingen;

d. krediet aan lokale producenten in ontwikkelingslanden van door FairTrade Labelling Organisations International gecertificeerde producten.

3. Aan een verklaring kunnen voorwaarden worden verbonden.