Art. 14 Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst – bijzondere informatie, Beveiligingsambtenaar
Besluit voorschrift informatiebeveiliging rijksdienst – bijzondere informatie
1. De BVA ondersteunt de secretaris-generaal bij zijn taken als genoemd in artikel 13.
2. De BVA adviseert de lijnmanager bij zijn taak als genoemd in artikel 15.
3. De BVA oefent toezicht uit op de deugdelijkheid van de beveiliging van de bijzondere informatie. Hij voert regelmatig een inspectie uit en rapporteert zijn bevindingen aan de secretaris-generaal.
4. Voordat in een informatiesysteem bijzondere informatie wordt verwerkt stelt de BVA vast of het stelsel van beveiligingsmaatregelen toereikend is en rapporteert hierover aan de secretaris-generaal.
Het beveiligingsvoorschrift I, 1949, beschrijft de rol en de verantwoordelijkheden van de secretaris-generaal en de BVA ten aanzien van de beveiliging in het algemeen en beperkt zich niet tot de beveiliging van staatsgeheimen en overige bijzondere informatie. Hierdoor was herziening van het Beveiligingsvoorschrift I, 1949 in het kader van een voorschrift dat uitsluitend handelt over de beveiliging van bijzondere informatie niet mogelijk. Op veel ministeries is inmiddels een ‘centrale beveiligingsfunctie’ ingesteld, die belast is met de ontwikkeling en het onderhoud van het departementale beveiligingsbeleid. Het is duidelijk dat hierdoor de BVA-functie beter tot zijn recht komt.
In de opzet van dit voorschrift ondersteunt de BVA de secretaris-generaal bij zijn taken op het gebied van de beveiliging van bijzondere informatie als genoemd in artikel 13. Dit betekent dat de BVA belast kan worden met aspecten van de beveiliging van bijzondere informatie die centraal binnen een ministerie moeten worden geregeld, zoals bijvoorbeeld personele beveiliging, fysieke beveiliging en incidentafhandeling.
De rol van de BVA is zowel adviserend als toezichthoudend.
De BVA adviseert de secretaris-generaal en de lijnmanager met betrekking tot de implementatie van het voorschrift. De lijnmanager is volgens artikel 15 belast met de dagelijkse zorg voor de beveiliging van informatiesystemen, die bijzondere informatie bevatten.
Daarnaast oefent de BVA namens de secretaris-generaal toezicht uit op een juiste implementatie van het voorschrift. Voor de ingebruikname van een informatiesysteem controleert hij of de beveiligingsmaatregelen in overeenstemming met dit voorschrift zijn geïmplementeerd. De BVA kan zich hierbij uiteraard laten adviseren door specifieke deskundigen, bijvoorbeeld op het gebied van ICT en fysieke beveiliging. Ook dan draagt de BVA de verantwoordelijkheid voor het toezicht.
Wanneer een lijnmanager in overeenstemming met artikel 12, derde lid, van oordeel is dat van een voorgeschreven maatregel moet worden afgeweken is het aan de BVA de hieraan ten grondslag liggende motivering te beoordelen; de BVA moet er op toezien dat in dat geval toch aan de exclusiviteitseisen van het voorschrift wordt voldaan.
Tenslotte moet de BVA op grond van artikel 17 het onderzoek naar aanleiding van meldingen van mogelijke compromittering van bijzondere informatie initiëren.