Bijlage 1 Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004: organisatie van het Ministerie van OCW
Organisatie- en mandaatregeling OCW 2004
De SG is ambtelijk eindverantwoordelijk voor het functioneren van het ministerie en voor de voorbereiding en uitvoering van het beleid waarvoor de politieke leiding de politieke verantwoordelijkheid draagt. De SG heeft als hoogste ambtenaar tot taak te zorgen voor een goede onderlinge afstemming van de verschillende beleidsterreinen en voor de uitvoering en uitvoerbaarheid van het ontwikkelde beleid. Zo draagt hij zorg voor: De SG is verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van: Daarnaast heeft hij een aantal velden, aspecten, meerjarige beleidsprogramma’s en projecten in zijn pakket. Een overzicht van de portefeuille is te vinden op het intranet en de internetsite van het ministerie. De SG wordt in de ambtelijke leiding van het departement bijgestaan door een vrijgestelde PSG. Deze vervangt hem bij zijn afwezigheid in al zijn taken en behartigt, namens de SG, de SG-taken op het gebied van het beheer van het departement. De PSG is verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hem ressorterende directies en – met inachtneming van hun bijzondere status – diensten en voor de samenhang tussen die beleidsterreinen. Daarnaast heeft hij een aantal velden, aspecten, meerjarige beleidsprogramma’s en projecten in zijn pakket. Een overzicht van de portefeuille is te vinden op het intranet en de internetsite van het ministerie. De SG wordt verder in zijn taak bijgestaan door de DG’s. Deze zijn verantwoordelijk voor de beleidsterreinen van de onder hen ressorterende directies en – met inachtneming van hun bijzondere status – diensten en voor de samenhang tussen die beleidsterreinen. Zij zijn daarnaast ambtelijk eindverantwoordelijk voor één of meer specifieke beleidsonderwerpen of -projecten, die niet zonder meer tot de hierboven genoemde beleidsterreinen kunnen worden gerekend. Een overzicht van de portefeuilleverdeling is te vinden op het intranet en de internetsite van het ministerie. De SG, de PSG en de DG’s vormen samen de bestuursraad. De SG is de voorzitter, de
- • coördinatie en integratie van beleid binnen het ministerie,
- • de relatie tussen de politiek en het ministerie,
- • het personeel, de financiën, de organisatie en de bedrijfsvoering,
- • het kunnen voldoen aan de ministeriële verantwoordelijkheden,
- • de regie van specifieke beleidsprojecten.
- • de onder hem ressorterende directies
- • (met inachtneming van hun bijzondere status) de onder hem ressorterende diensten, en voor
- • de samenhang tussen die beleidsterreinen.
- • Het verzorgen van ambtelijke ondersteuning bij de besturing van het departement, door middel van de coördinatie en afstemming van besluitvormings- en overlegprocessen, het ontwikkelen en onderhouden van het bestuurlijk instrumentarium en contacten met derden, waaronder de Eerste en Tweede kamer.
- • Het leveren van een bijdrage aan de integriteit van de beleidsvorming en -advisering binnen OCW door het verschaffen van advies hierover op departementaal niveau aan de politieke en ambtelijke leiding van het departement en de beleidsdirecties.
- • Het ten behoeve van de bewindslieden, de SG, PSG en DG’s verzorgen van inhoudelijk coördinerende, logistieke en managementondersteuning, afgestemd op de individuele behoeften van de genoemde functionele leidinggevenden.
- • Het verzorgen van de coördinatie en de organisatie van (internationale) ontvangsten en werkbezoeken en bijeenkomsten ten behoeve van de politieke en ambtelijke leiding en directies.
- • Het verzorgen van het secretariaat van de BR en het BWL.
- • door de BR/BWL vast te stellen strategische (inter)departementale overkoepelende thema’s en kaders, in relatie tot de planning- en controlcyclus,
- • langetermijnverkenningen (scenario’s),
- • sociaal-economische advisering,
- • sociaal-culturele advisering,
- • bestuurlijke vormgeving en institutionele ontwikkelingen,
- • strategische beleidsvorming op rijksniveau,
- • ASEA stelt in het kader van de begrotingscyclus de beleidsagenda op in samenwerking met andere directies.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid en wetgeving op het terrein van het primair onderwijs (basisonderwijs, (voortgezet) speciaal onderwijs) en van de schoolbegeleidingsdiensten.
- • De implementatie van beleid en wetgeving.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid en wetgeving met betrekking tot het algemeen voortgezet onderwijs, het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en het voorbereidend beroepsonderwijs alsmede met betrekking tot de landelijke onderwijsverzorgingsinstellingen en de educaties.
- • De implementatie van beleid en wetgeving.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het aansturen van de CEVO, een uitvoerend onderdeel van OCW met een gewaarborgde mate van zelfstandigheid en onafhankelijkheid.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid en wetgeving met betrekking tot het middelbaar beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie.
- • De implementatie van beleid en wetgeving.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • De departementale coördinatie ten aanzien van het Europees Sociaal Fonds (ESF).
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid en wetgeving met betrekking tot het hoger onderwijs en de academische ziekenhuizen, voorzover de Minister van OCW daarvoor verantwoordelijkheid draagt.
- • De implementatie van beleid en wetgeving.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ontwikkelen en het coördineren van het wetenschapsbeleid en de implementatie daarvan.
- • Het mede-ontwikkelen van een internationaal wetenschaps- en technologiebeleid en de beheerszorg die daaruit voortvloeit.
- • Het ontwikkelen van beleid en het voeren van de veldzorg met betrekking tot het onderzoek en onderzoek(gelieerde) organisaties.
- • Het zorgdragen (samen met MLB) voor de Nederlandse taal en cultuur, in het bijzonder het beleid met betrekking tot de Nederlandse Taalunie.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid en wetgeving op de terreinen van studiefinanciering, tegemoetkoming studiekosten en onderwijsretributies.
- • Het coördineren en beoordelen van inkomensconsequenties van maatregelen op bovengenoemde beleidsterreinen.
- • De implementatie van beleid en wetgeving.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van het algemeen geldend arbeidsvoorwaarden- en arbeidsmarktbeleid, voorzover niet doorgedecentraliseerd, voor het personeel in het funderend onderwijs en voorzover het sectorbrede voorzieningen als pensioen en sociale zekerheid betreft voor de gehele onderwijssector.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van het algemene beleid ten aanzien van het leraarschap en de kwaliteit van het personeel.
- • De implementatie van beleid en wetgeving.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • Het behartigen van de belangen van de Minister van OCW bij overleg over het algemeen arbeidsvoorwaarden- en arbeidsmarktbeleid voor de collectieve sector.
- • Het structureren, voorbereiden en voeren van intern, interdepartementaal en extern overleg over aangelegenheden op het beleidsterrein van de directie.
- • Het aangeven van financiële kaders voor de arbeidsvoorwaarden en het lerarenbeleid.
- • Het voorbereiden en beheren van de begrotingsonderdelen voor de ondersteuning van arbeidsvoorwaarden- en lerarenbeleid.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid aangaande informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs.
- • Het afstemmen van het ICT-beleid met andere beleidsthema’s.
- • Het (doen) uitvoeren van het ICT-beleid van de minister.
- • Het bereiken van een zo groot mogelijk draagvlak in het onderwijsveld voor activiteiten inzake de ICT in het onderwijs.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het doen van voorstellen aan de minister tot uitgaven in het kader van de uitvoering van het beleid.
- • Ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid met betrekking tot de productie, distributie en toegankelijkheid van kunst.
- • De implementatie van beleid en wetgeving.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het behandelen van zaken die verband houden met internationale verdragen op de terreinen van de directie.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (RDMZ),
- • de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB),
- • de Rijksarchiefdienst (RAD),
- • het Instituut Collectie Nederland (ICN).
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid en wetgeving met betrekking tot het cultureel erfgoed, zowel over de breedte van het terrein als op het niveau van de onderscheiden sectoren: musea, monumenten, archeologie en archieven.
- • Het afstemmen van het eigen beleid op het algemene en het internationale cultuurbeleid.
- • Het uitwerken van beleidsthema’s die in de Cultuurnota zijn vastgelegd of die zich op grond van nieuwe ontwikkelingen aandienen.
- • Het zorgdragen voor inachtneming van het cultureel belang bij besluitvormingsprocessen met betrekking tot ruimtelijke planning, economische ontwikkelingen en infrastructuur.
- • Het zorgdragen voor de juiste uitvoering van het erfgoedbeleid en het financieren van instellingen, rechtstreeks of indirect (o.a. vanuit fondsen en via projectsubsidies).
- • Het ontwikkelen van instrumenten waarmee de uitvoering van het beleid door anderen geëvalueerd kan worden.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het toewijzen van de apparaatsbudgetten aan de rijksdiensten die zich op het terrein van het cultureel erfgoed bewegen (RDMZ, ROB, RAD en ICN), het toezien op correct beheer en verantwoording en het functioneren als departementaal aanspreekpunt voor de rijksdiensten.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het behandelen van zaken die verband houden met internationale verdragen op de terreinen van de directie.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren over maatschappelijke, culturele, juridische, technologische, economische en internationale ontwikkelingen op de terreinen van omroep, pers en nieuwe media, alsmede het ontwikkelen van beleidsinitiatieven op deze terreinen.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid en wetgeving op de terreinen van letteren en bibliotheken met bijzondere aandacht voor:
- – de pluriformiteit en toegankelijkheid van informatie,
- – de bevordering en instandhouding van de productie,
- – leesbevordering.
- • Het uitvoeren van wettelijke regelingen op het terrein van de directie.
- • Het behandelen van zaken die verband houden met internationale verdragen op de terreinen van de directie.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • De coördinatie van onderzoek op het beleidsterrein van de directie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ontwikkelen, vormgeven en instandhouden van beleid en wetgeving op het terrein van het nationale en internationale cultuurbeleid.
- • Het coördinatie van onderzoek met betrekking tot het cultuurbeleid.
- • Het adviseren over financieel-economische aangelegenheden over (inter)nationaal cultuurbeleid.
- • Het behartigen van de belangen van het cultuurbeleid in internationale organisaties en overlegkaders.
- • Het ontwikkelen en coördineren van het beleid met betrekking tot de internationale culturele voorlichting.
- • Het evalueren van de effecten van beleid en het analyseren van de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkelingen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ontwikkelen van beleid inzake de op-afstand-plaatsing van OCW-taken en inzake de sturing van zelfstandige organisaties die op afstand geplaatste taken van OCW uitvoeren voorzover deze taken aan RZO zijn toebedeeld.
- • Het structureren van de taken en verantwoordelijkheden die verschillende departementale eenheden hebben m.b.t. de zelfstandige organisaties.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het ondersteunen van de velddirecties in hun opdrachtgeverrol.
- • Ondersteuning van de minister bij contracteren en uitvoeren bovenwettelijke werkloosheidsregeling en aanvullende ziektekostenverzekering.
- • Het ondersteunen van de institutionele verantwoordelijkheid van het ministerie voor verzelfstandigde organisatieonderdelen.
- • Het ontwikkelen van de kaders – gebaseerd op onder andere nieuw beleid – waarbinnen het functioneren van zelfstandige organisaties kan worden afgemeten`(risicoanalyses, prestatie-indicatoren, benchmark toepassingen).
- • organisaties die organisatorisch onder OCW ressorteren: de Inspectie van het Onderwijs en de Centrale Financiën Instellingen (Cƒi),
- • het zelfstandig bestuursorgaan Informatie Beheer Groep (IB-Groep),
- • organisaties die ten behoeve van het onderwijsveld functioneren, maar een nauwe werkrelatie hebben met OCW: Vervangingsfonds/Bedrijfsgezondheidszorg (VF/BGZ) en het Participatiefonds (PF),
- • andere organisaties die een nauwe werkrelatie met OCW hebben: de Uitvoeringsorganisatie Werknemersverzekeringen (UWV-USZO), Loyalis Contractmanagement en KPMG FlexSourcing (opvolger van de dienst Ziektekostenvoorziening overheidspersoneel).
- • Het op departementaal niveau bijdragen aan de internationale departementbrede stategie-ontwikkeling, met name door het ontwikkelen van methoden voor monitoring en benchmarking en het vervullen van de auditing-functie.
- • Het op departementaal niveau coördineren en afstemmen van de institutionele functies binnen de sectoren Onderwijs, Cultuur en Wetenschapsbeleid ten behoeve van de bewindslieden.
- • Het ten behoeve van de sector Onderwijs vervullen van de centrale, beleidsontwikkelende, coördinerende en institutionele functie.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting op de genoemde terreinen.
- • Het adviseren van de departementsleiding en de bewindslieden op de genoemde terreinen.
- • Het vertalen van beleidsvoornemens in wetgeving vanuit een helder toetsingskader betreffende de noodzaak van wetgeving, wet- en rechtmatigheid, autonomievergroting, deregulering, naleefbaarheid, handhaafbaarheid en tijdige invoering.
- • Het plannen en uitvoeren van de volledige wetgevingsprocedure waaronder het toetsen van concept-wet- en regelgeving aan de Aanwijzingen voor de regelgeving.
- • Het adviseren van de departementsleiding, de bewindslieden en de directies over uiteenlopende juridische aspecten zoals algemeen bestuurlijk beleid, staatsrecht, bestuursrecht, internationale- en EU-regelgeving, onderwijsrecht, privaatrecht, over procesrisico’s en over uitleg van de regelgeving.
- • Het toetsen op juridische implicaties van stukken van andere eenheden binnen het departement of van andere departementen.
- • Het voorbereiden en beheren van het begrotingsonderdeel ten behoeve van de landsadvocaat.
- • Woordvoering en de voorbereiding van interviews.
- • Het voorbereiden, begeleiden en evalueren van optredens van bewindslieden en bestuursraadleden.
- • Het adviseren van bewindslieden, SG, bestuursraadleden en directies.
- • Het signaleren van publicitaire mogelijkheden en risico’s.
- • Het maken van persberichten en onderhouden van de contacten met de pers en de media.
- • Het schrijven van speeches voor bewindslieden en leden van de bestuursraad.
- • Het verzorgen van tekstadvies op prioritaire stukken.
- • Het maken van communicatieplannen voor bewindslieden en leden van de bestuursraad en voor prioritaire onderwerpen.
- • Het verzorgen van de interne en externe geschreven bladen (Punt en O), de vormgeving en het contentmanagement van intranet en departementale internetsites.
- • Het (doen) uitvoeren van communicatieonderzoek.
- • Het ontwikkelen en bewaken van de huisstijl en de begeleiding van drukwerk.
- • Het voorbereiden en doen uitvoeren van campagnes.
- • Het uitvoeren van media-analyses.
- • Het vertegenwoordigen van het ministerie in de VoRa en zijn commissies.
- • Het aanreiken van communicatie-instrumenten aan departementsonderdelen.
- • Het bewaken van het imago en de identiteit van het departement.
- • Het controleren van het gevoerde financiële beheer en de jaarlijkse financiële verantwoording.
- • Het controleren van de financiële administraties van het departement die voor dat beheer en voor de opstelling van de verantwoording worden bijgehouden.
- • Het adviseren van de directies ter verbetering van het financiële beheer.
- • Het beoordelen van wet- en regelgeving op het gebied van uitvoerbaarheid en controleerbaarheid.
- • Het participeren in projecten en doelmatigheidsonderzoeken.
- • Het beoordelen van informatiesystemen op de aspecten continuïteit, beveiliging, privacybescherming en controleerbaarheid.
- • Het uitvoeren van bijzonder onderzoek bij instellingen.
- • Het signaleren en adviseren vanuit de financiële expertise over alle aspecten van beleid en uitvoering, inclusief de externe ontwikkelingen op sociaal economisch gebied.
- • Het zorgdragen voor de rapportages betreffende de begroting en realisatie van uitgaven en ontvangsten aan het Ministerie van Financiën.
- • Het coördineren van de inrichting van de administratieve organisatie en van de financiële informatievoorziening binnen het departement.
- • Het fungeren als concern-controller voor OCW.
- • Het toetsen en paraferen van ministerraadstukken met financiële gevolgen voor het Rijk en het zorgdragen voor de afstemming daarover met het Ministerie van Financiën.
- • Het voorbereiden en beheren van de begroting voor apparaatszorg- en centrale budgetten en het optreden als controller daarvoor.
- • Het verzorgen van de voorbereiding, planning en control op het aan apparaatskosten (personeel en materieel) gerelateerde beleid.
- • Het coördineren van de beleids- en begrotingsevaluatie.
- • Het ontwikkelen en produceren van ramingen en scenario’s.
- • Het coördineren van de contacten van het ministerie met de Algemene Rekenkamer.
- • Het formuleren van samenhangend en effectief beleid met betrekking tot personeel, organisatie en management en het afstemmen daarvan op de meest effectieve en efficiënte realisatie van de OCW-doelstellingen en taken en de maatschappelijke ontwikkelingen.
- • Het bewaken van eenduidige uitvoering van het beleid, c.q. het uitvoeren van het personeelsbeleid van de directies, binnen de kaders van het geformuleerde personeelsbeleid.
- • Het waarborgen van rechtsgelijkheid van OCW-personeel en het informeren van OCW-personeel over AV en RP-regelingen.
- • Het zorgdragen voor een rechtmatige medezeggenschapstructuur en -uitvoering.
- • Het zorgdragen voor de vormgeving aan en het beheer van de bestuurlijke informatievoorziening ten aanzien van het personeelsmanagement.
- • Het zorgdragen voor betrouwbare opslag van gegevens in de personeels- en salarisadministratie.
- • De procesvoering en het optreden in gerechtelijke procedures inzake besluiten die zijn genomen jegens een personeelslid van het ministerie.
- • Het (technisch) beheer van de gebouwen en overige infrastructurele voorzieningen.
- • Inkoop, beheer en verstrekking van kantoorbehoeften en meubilair.
- • Het toezien op dienstauto’s.
- • Het toezien op de documentaire informatievoorziening, reprografie en postbehandeling.
- • De informatievoorziening van de departementale onderdelen, gebaseerd op openbare documenten en literatuurgegevens.
- • De beveiliging en de bedrijfszelfbescherming.
- • Activiteiten van adviserende, coördinerende en ondersteunende aard op het gebied van informatievoorziening en automatisering.
- • Het verbijzonderen van EG-aanbestedingsrichtlijnen.
- • Het rapporteren aan het Ministerie van Economische Zaken over de toepassing van EG-aanbestedingsrichtlijnen.
- • Het bewaken van de uitvoering van de maatregelen van het actieplan Rekenschap. Daarbij is zij resultaatsverantwoordelijk voor de totstandkoming van bekostigingsoverleggen bij de velddirecties, het ontwikkelen en implementeren van een normatief beoordelingskader, het verhelderen van taken en verantwoordelijkheden van de Raden van Toezicht, en het bewaken van de implementatie van ROT en de totstandkoming van risicoanalyses/profielen en de afhandeling van het wetsvoorstel Korte Klap.
- • De inhoudelijke en procesmatige facilitering van de werkzaamheden van de commissie Schutte en het opstellen van de beleidsreactie op het advies.
- • Het adviseren en ondersteunen van de ontwikkeling van good governance in de relatie instellingen OCW en binnen het departement in het kader van de motie Joldersma.
- • Het, namens de minister, uitvoeren van de Monumentenwet 1988 met uitzondering van de archeologische monumentenzorg.
- • Het fungeren als centraal kennisinstituut m.b.t. cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en structuren en het bevorderen van kennis over en belangstelling voor cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en structuren.
- • Het mede ontwikkelen en uitvoeren van beleid m.b.t. de monumentenzorg.
- • Het toezien op de instandhouding en ontwikkeling van historisch waardevolle gebouwen en structuren en het adviseren hierover.
- • Het beheren van het eigen budget van de RDMZ.
- • Het adviseren, na afstemming met DCE, over de begroting van de RDMZ.
- • Het, namens de minister, uitvoeren van de Monumentenwet 1988 voorzover het betreft de archeologische monumentenzorg.
- • Het fungeren als kenniscentrum op het terrein van de archeologische monumentenzorg.