Bijlage 7 Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang: behorende bij artikel 1a van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb
Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
De Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang (Rkb) heeft als doel gemeenten te ondersteunen bij de verdubbeling (landelijk) van de capaciteit aan kinderopvang tussen 1996 en 2003 (in totaal 82.140 opvangplaatsen). De Rkb is een Ministeriële regeling vallend onder de Welzijnswet 1994 en het daarbij horende Bekostigingsbesluit. Op basis hiervan kunnen gemeenten een specifieke uitkering ontvangen om de uitbreiding van het aantal plaatsen kinderopvang te stimuleren. De gemeenten blijven gedurende de Rkb-periode verantwoordelijk voor algemeen kinderopvangbeleid (toezicht, kwaliteit, aanbod etc.). Over de toegekende Rkb-middelen dienen gemeenten verantwoording af te leggen aan het Rijk. De uitkering is op outputbasis verstrekt. Dit betekent dat er niet wordt afgerekend op werkelijk gemaakte kosten, maar dat er verantwoording wordt afgelegd, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de uitkering was bedoeld, zijn uitgevoerd. Voor de extra taakstelling 2003 is de regeling in 2004 verlengd. Dit houdt in dat gebruik gemaakt kan worden van de mogelijkheid om de realisatie van opvangplaatsen uit deze taakstelling nog in 2004 te bewerkstelligen. Bij de vaststelling van de Rkb over de periode 1996–2003 diende aangegeven te worden dat van deze mogelijkheid gebruik gemaakt gaat worden. Bij de verantwoording van de Rkb (in november 2004) zijn de gerealiseerde aantallen 2003 bepaald en is daarop afgerekend. Op het verantwoordingsformulier voor de Rkb is bij code 701 en 702 aangegeven of de extra taakstelling in 2003 wordt behaald. Zo niet, dan kon gekozen worden of deze in 2004 alsnog worden gerealiseerd. In het geval dat een gedeelte van de extra taakstelling niet in 2003 is gerealiseerd en bij code 702 niet is aangegeven dat dit alsnog in 2004 wordt gerealiseerd, is het niet gerealiseerde deel van de extra taakstelling 2003 teruggevorderd. Zie hiervoor ook de vaststellingbeschikking Rkb 1996–2003. In het geval gekozen is voor realisatie in 2004 van het niet gerea
- 1. Het accountantsonderzoek
- 2. Het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003, de accountantsverklaring en het rapport van bevindingen
- I.1.1. Het onderwerp van onderzoek
- I.1.2. De reikwijdte van de accountantsverklaring
- I.1.3. De te hanteren goedkeuringstoleranties
- I.1.4. De accountantsverklaring
- I.1.5. Het rapport van bevindingen
- a. gebruik van het voorgeschreven verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003;
- b. de tijdigheid en juistheid van de op het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 opgenomen aantallen in exploitatie zijnde opvangplaatsen en koppelingen gastouderopvang;
- c. de rekenkundige juistheid van de op het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 opgenomen bedragen;
- d. de rechtmatigheid van de wetsuitvoering.
- • Een nadere uitgebreide toelichting op een niet goedkeurende accountantsverklaring;
- • De geëxtrapoleerde fouten of onzekerheden, die hebben geleid tot het overschrijden van de voorgeschreven rapportagetoleranties.
- – Vaststellen dat de verantwoorde aantallen opvangplaatsen en aantallen koppelingen per 31-12-2004 op het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 (code 201 tot en met 208) voldoen aan de gestelde urencriteria (zie onder paragraaf III; Aandachtspuntenlijst toetsingseisen 1 en 3);
- – Vaststellen dat de in het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 verantwoorde aantallen opvangplaatsen buitenschoolse en hele dagopvang en aantallen koppelingen gastouderopvang (code 201-208) per 31-12-2004 juist en tijdig zijn (zie onder paragraaf III; Aandachtspuntenlijst toetsingseisen 1, 2 en 3);
- – Vaststellen dat met betrekking tot de in het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 verantwoorde aantallen opvangplaatsen en aantallen koppelingen per 31-12-2004 de voorwaarden, zoals vastgelegd in de Rkb en circulaires, zijn nageleefd (rechtmatigheid, zie onder paragraaf III; Aandachtspuntenlijst toetsingseisen 4a, 4b, 4c, 4d en 4e);
- – Vaststellen dat gebruik is gemaakt van het door het ministerie voorgeschreven en verstrekte verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 en dat deze volledig en tekstueel ongewijzigd is ingevuld (cf. artikel 6 van de Rkb);
- – Vaststellen dat de opgegeven aantallen opvangplaatsen bij onderdeel A ‘Maximaal te realiseren groei in 2004’ (code 101) en bij onderdeel B ‘Stand per 31-12-2003’ (code 201-208) overeenkomen met de aantallen vermeld in de vaststellingsbeschikking Rkb 1996-2003 van het ministerie;
- – Vaststellen dat het verantwoordingsformulier verlenging Extra taakstelling 2003 rekenkundig juist is ingevuld (code 101, 299, 999, 901 en aantallen in kolom ‘Realisatie’ bij code 201-208);
- – Vaststellen dat bij de aantallen koppelingen gastouderopvang ultimo 2004 het gemiddelde van de peildata juist is berekend (zie onder III Aandachtspuntenlijst toetsingseis 2).
- 1. vaststellen dat de aantallen verantwoord bij BSO en HDO voldoen aan artikel 1 lid d en e (zie toelichting (bijlage 1b van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb) bij de verantwoording § 5.2.1) én
- 2. vaststellen dat de aantallen bij de juiste meetmomenten (standen) zijn verantwoord cf. artikel 2, lid 1, 2, 3, 6, 9 en 10 (zie toelichting (bijlage 1b van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb) bij de verantwoording § 5.2.2) én
- 3. vaststellen dat de aantallen bij de juiste urencriteria zijn verantwoord cf. artikel 2 lid 7, 8 en 11 en artikel 1 lid j (zie toelichting (bijlage 1b van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb) bij de verantwoording § 5.2.3) én
- 4. vaststellen dat de in exploitatie zijnde opvangplaats en koppeling rechtmatig is. Dit houdt in:
- a. de capaciteit van de opvangplaatsen en koppelingen dient vastgesteld te worden, cf. artikel 1 lid j (zie toelichting (bijlage 1b van de Regeling verantwoordingsformulieren Rkb) bij de verantwoording § 5.2.4) én
- b. vastgesteld dient te worden dat de opvangplaatsen in exploitatie zijn, cf. artikel 2 lid 3 en 5 (zie toelichting (bijlage 1b) bij de verantwoording § 5.2.4) én
- c. vastgesteld dient te worden dat de gemeente een financiële relatie heeft met de kindercentra waar in exploitatie zijnde opvangplaatsen en koppelingen betrekking op hebben, cf. artikel 1 lid f, g, h (zie toelichting (bijlage 1b) bij de verantwoording § 5.2.5) én
- d. in geval van koppelingen dient vastgesteld te worden dat er schriftelijke overeenkomsten met ouder(s), pleeg- of stiefouder(s) zijn, cf. artikel 1 lid i (zie toelichting (bijlage 1b) bij de verantwoording § 5.2.6) én
- e. in geval van in exploitatie zijnde opvangplaatsen in andere gemeenten dient vastgesteld te worden dat schriftelijke afstemming met de betreffende gemeenten heeft plaatsgevonden en dat de opvangplaatsen maar bij één gemeente worden verantwoord (zie toelichting (bijlage 1b) bij de verantwoording § 5.2.7).