Bijlage 2 Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang: behorende bij artikel 1
Regeling verantwoordingsformulieren Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang
De Regeling uitbreiding kinderopvang en buitenschoolse opvang (Rkb) heeft als doel gemeenten te ondersteunen bij de verdubbeling (landelijk) van de capaciteit aan kinderopvang tussen 1996 en 2003 (in totaal 82.140 opvangplaatsen). De Rkb was bij de invoering (eind 1996) in eerste instantie alleen bedoeld voor de buitenschoolse opvang. In 1999 is de regeling uitgebreid met hele dagopvang. Hierdoor kent de regeling in feite twee startmomenten: 31-12-1996 en 31-12-1998. De Rkb is een Ministeriële regeling vallend onder de Welzijnswet 1994 en het daarbij horende Bekostigingsbesluit. Op basis hiervan kunnen gemeenten een specifieke uitkering ontvangen om de uitbreiding van het aantal plaatsen kinderopvang te stimuleren. De gemeenten blijven gedurende de Rkb-periode verantwoordelijk voor algemeen kinderopvangbeleid (toezicht, kwaliteit, aanbod etc.). Over de toegekende Rkb-middelen dienen gemeenten verantwoording af te leggen aan het Rijk. De uitkering is op outputbasis verstrekt. Dit betekent dat er niet wordt afgerekend op werkelijk gemaakte kosten, maar dat er verantwoording wordt afgelegd, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de uitkering was bedoeld, zijn uitgevoerd. De uitkering bestaat uit een bedrag per opvangplaats. Het aantal uit te breiden opvangplaatsen (de taakstelling), is op aanvraag van de gemeenten toegekend (beschikking 8 december 2000). De toegekende uitkering (het totaal van het aantal toegekende opvangplaatsen maal het bedrag per opvangplaats) is 100% bevoorschot. De Rkb loopt, met uitzondering van de extra taakstelling 2003, af op 31 december 2003. Indien bij de verantwoording blijkt dat er minder plaatsen zijn gerealiseerd dan afgesproken, dan wordt iedere te weinig uitgebreide opvangplaats maal het bedrag teruggevorderd. Voor vaststelling van het toegekende subsidiebedrag dient het gerealiseerde aantal opvangplaatsen verantwoord te worden. Hiertoe dient Burgemeester en Wethouders gebruik te maken van het voorgeschreven verantwoordingsformuli
- I. Algemene uitgangspunten
- I.1. Het accountantsonderzoek
- I.2. Het verantwoordingsformulier, de accountantsverklaring en het rapport van bevindingen
- I.2.1. Het onderwerp van onderzoek
- I.2.2. De reikwijdte van de accountantsverklaring
- I.2.3. De te hanteren goedkeuringstoleranties
- I.2.4. De accountantsverklaring
- I.2.5. Het rapport van bevindingen
- II. Het verantwoordingsformulier
- III. Aandachtspuntenlijst
- IV. Model Accountantsverklaring
- a. de getrouwheid van de op het verantwoordingsformulier opgenomen aantallen in exploitatie zijnde opvangplaatsen en koppelingen gastouderopvang.
- b. de rechtmatigheid van de wetsuitvoering.
- – Afrekening bonusuitkering bij herdeling (code 401, 402, 403)
- – Afrekening gewone uitkering (code 501, 502, 503)
- – Afrekening gewone uitkering bij herindeling per 01-01-2003 (code 601, 602, 603)
- – Afrekening extra taakstelling 2003 in 2004 (code 701 en 702)
- – Voorbedrukte gegevens m.b.t. verleende voorschotten, taakstellingen en bonusuitkering.
- • Een nadere uitgebreide toelichting op een niet goedkeurende accountantsverklaring;
- • De geëxtrapoleerde fouten of onzekerheden, die hebben geleid tot het overschrijden van de voorgeschreven rapportagetoleranties.
- • De toetspunten 1, 2, 3, 4a, 4b, 4c, 4d en 4 e (zie toetsingseisen onder in III aandachtpuntenlijst), alsmede de overige toetspunten (per toetspunt) onder II Het verantwoordingsformulier, én
- • Indien op het verantwoordingsformulier bij Afrekening bonusuitkering bij herindeling’ gekozen is voor code 402, eveneens per gemeente (per toetspunt).
- 5. vaststellen dat de aantallen verantwoord bij BSO en HDO voldoen aan artikel 1 lid d en e (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.1), én
- 6. vaststellen dat de aantallen bij de juiste meetmomenten (standen) zijn verantwoord cf. artikel 2, lid 1, 2, 3, 6, 9 en 10 (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.2), én
- 7. vaststellen dat de aantallen bij de juiste urencriteria zijn verantwoord cf. artikel 2 lid 7, 8 en 11 en artikel 1 lid j (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.3), én
- 8. vaststellen dat de in exploitatie zijnde opvangplaats en koppeling rechtmatig is. Dit houdt in:
- a. de capaciteit van de opvangplaatsen en koppelingen dient vastgesteld te worden, cf. artikel 1 lid j (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.4), én
- b. vastgesteld dient te worden dat de opvangplaatsen in exploitatie zijn, cf. artikel 2 lid 3 en 5 (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.4), én
- c. vastgesteld dient te worden dat de gemeente een financiële relatie heeft met de kindercentra waar in exploitatie zijnde opvangplaatsen en koppelingen betrekking op hebben, cf. artikel 1 lid f, g, h (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.5), én
- d. in geval van koppelingen dient vastgesteld te worden dat er schriftelijke overeenkomsten met ouder(s), pleeg- of stiefouder(s) zijn, cf. artikel 1 lid i (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.6), én
- e. in geval van in exploitatie zijnde opvangplaatsen in andere gemeenten dient vastgesteld te worden dat schriftelijke afstemming met de betreffende gemeenten heeft plaatsgevonden en dat de opvangplaatsen maar bij één gemeente worden verantwoord (zie toelichting bij de verantwoording § 5.2.7).
- 1. Gemeenten die sinds 1 januari 2001 niet te maken hebben gekregen met een gemeentelijke herindeling (situatie A) Deze gemeenten dienen één verantwoordingsformulier over de periode 1996–2003 en één accountantsverklaring in.
- 2. Heringedeelde gemeenten in 2001 of 2002 (situatie B) Indien u kiest voor optie 401 is geen aanvullende informatie nodig (zie 1). Indien u kiest voor optie 402 (afrekening per individuele gemeente van voor de herindeling) is wel aanvullende informatie nodig. U dient dan voor iedere afzonderlijke gemeente de aantallen te verstrekken. Hiervoor moet u gebruik maken van de bijlage die u bij het verantwoordingsdocument heeft ontvangen (de bijlage wordt uitsluitend gestuurd naar gemeenten die in 2001 of op 1 januari 2002 zijn heringedeeld). De bijlagen vallen onder de reikwijdte van de accountantscontrole en er wordt bij het verantwoordingsformulier en bijlagen één accountantsverklaring afgegeven.
- 3. Heringedeelde gemeenten in 2003 of naamswijziging in de periode 2 januari 2002 t/m 1 januari 2003 (situatie C) Gemeenten die dit betreft dienen voor iedere oude gemeente een verantwoording (meegestuurd) in over de periode 1996 tot en met 2002 met een accountantsverklaring en tevens een verantwoording voor de nieuwe gemeente over het verantwoordingsjaar 2003 met een accountantsverklaring.
- 4. Heringedeelde gemeenten in 2004 of naamswijziging in de periode 2 januari 2003 t/m 1 januari 2004 (situatie D) Deze gemeenten dienen een verantwoording en een accountantsverklaring over de periode 1996 tot en met 2003 voor iedere (voormalige) gemeente die op 1 januari 2003 bestond.
- 5. Combinaties B en C, alsmede B en D Zie de vermelde gemeenten in hoofdstuk 7 Technische invulinstructie van de toelichting.