Bijlage I Rnev
Regeling nadere eisen aan vuurwerk 2004 (Rnev)
Fop- en schertsvuurwerk (artikel 2, eerste en tweede lid) In Stcrt. 2006/202 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd.
- 1. Booby-traps en trektouwtjes – lading kaliumchloraat en een brandbare stof tot een gezamenlijk gewicht van ten hoogste 50 milligram;
- 2. Confetti- en tafelbommen, knalbonbons en cotillonvruchten – lading tot een gewicht van ten hoogste 1 gram;
- 3. Flitswatten – lading uitsluitend collodiumwol tot een gewicht van ten hoogste 1 gram;
- 4. Serpents – lading tot een gewicht van ten hoogste 3 gram;
- 5. Bengaalse lucifers – lading tot een gewicht van ten hoogste 2,5 gram;
- 6. Bengaalse handfakkels – lading tot een gewicht van ten hoogste 25 gram;
- 7. Sterretjes – lading uitsluitend aluminiumpoeder tot ten hoogste 15%, nitraten of ijzerpoeder, eventueel met toevoeging van een bindmiddel, tot een gezamenlijk gewicht van ten hoogste 30 gram;
- 8. Knalerwten en knalduiveltjes – lading zilverfulminaat tot een gewicht van ten hoogste 2,5 milligram;
- 9. IJsfonteinen – lading nitraatcellulose tot een gewicht van 7,5 gram;
- 10. Schertslucifers – lading tot een gewicht van ten hoogste 50 milligram voor het vuureffect en ten hoogste 3,0 milligram voor het knaleffect.