Art. 7 Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast, Aanvraag

Tijdelijke regeling eenmalige uitkering bestrijding regionale wateroverlast

1. De Minister betrekt bij de beoordeling van de aanvraag het advies bedoeld in artikel 6.

2. De uitkering wordt niet verleend indien:

a. het advies, bedoeld in artikel 6, niet is ontvangen;

b. de aanvraag niet voldoet aan de criteria als genoemd in artikel 2, tweede lid;

c. uit het uitvoeringsplan niet blijkt dat de uitvoering van het uitvoeringsplan zal worden gestart binnen zes maanden na de dag waarop de uitkering is verleend;

d. uit het uitvoeringsplan niet blijkt dat de werkzaamheden aan een project kunnen zijn afgerond binnen vier jaren nadat met de uitvoering van het project is gestart;

e. uit het uitvoeringsplan niet blijkt dat alle werkzaamheden ter uitvoering van het uitvoeringsplan in elk geval uiterlijk op 1 juli 2010 zijn afgerond;

f. de werkzaamheden al voor 1 januari 2004 zijn gestart;

g. er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat betrokkenen de uitvoering van het project dan wel de projecten, opgenomen in het uitvoeringsplan, niet kunnen financieren;

h. er een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de voor de uitvoering van het project benodigde besluiten niet zullen worden verkregen.

3. Artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Uitspraken die dit artikel aanhalen