Bijlage IV Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 januari 2004: vaststelling jaarinkomen ABP 2004
Financiële arbeidsvoorwaarden per 1 januari 2004
Het jaarinkomen ABP wordt vastgesteld via normbedragen. Als alle bedragen die van invloed zijn op het jaarinkomen ABP zijn getotaliseerd, vindt er een correctie plaats via de zogenoemde debrutering. De debrutering is sinds 1 januari 2001 van kracht door het vervallen van de Overhevelingstoeslag. Om te voorkomen dat werknemers er in netto-inkomen op achteruit zouden gaan, zijn op dat moment de salarissen op wettelijke basis verhoogd - gebruteerd - met 1,9%, waarbij rekening werd gehouden met een maximum. De brutering werkt echter niet door in het pensioengevend inkomen. Hierdoor dient het jaarinkomen te worden gedebruteerd waarbij rekening wordt gehouden met een maximum. Het maximum is vastgesteld op € 791,85. Aan de hand van een voorbeeld wordt het jaarinkomen ABP nader uitgewerkt. Leraar wordt bezoldigd volgens salarisschaal LB en salarisnummer18 en komt in aanmerking voor de uitlooptoeslag, de bindingstoelage en de 13e maand. De bedragen zijn gebaseerd op loonpeil 1 maart 2003. A. Normsalaris 3359,00+ B. Uitlooptoeslag 23,97+ C. Vakantie-uitkering: 8% van A + B 270,63+ D. 13e maand 3,48% van A + B 117,73+ E. Totaal beloningscomponenten bij normbetrekking 3771,33 F. Op jaarbasis bedraagt dit 12 x E. 45255,96+ G. Bindingstoelage (op jaarbasis) 306,75+ H. Totaal op jaarbasis rekenkundig afgerond op een hele euro 45563,00 I. Debruteringspercentage: 1,9% J. Maximum debrutering: € 791,85 De debrutering: (45563 : 1,019) X 1,9% = € 849,56 en is groter dan J Jaarinkomen ABP 2004 wordt vastgesteld op: € 44771 (45563 - 791,85 waarbij de uitkomst rekenkundig afgerond is op een hele euro). De premies OP/NP e.d worden berekend over het vastgestelde jaarinkomen ABP 2004.